Prozagedichten en poëzie

dbh95.jpg

Ik ga over een paar uurtjes het vliegtuig op richting Los Angeles, anderen zullen het een tijdje overnemen, maar hier is alvast wat leesvoer voor in de tussentijd: prozagedichten en poëzie van Johan de Boose, Frank de Crits, Jean-Marie de Smet, Alain Delmotte, Hélène Gelèns, Peter Ghyssaert, Koenraad Goudeseune,Hans Groenewegen, Lucas Hirsch,Chris Honingh,Philip Hoorne,Roland Jooris,Marc Kregting,Ruth Lasters, Frédéric Leroy, Thomas Möhlmann, Xavier Roelens, Stefaan van den Bremt, Han van der Vegt, Elma van Haren, Dirk Vekemans, Herlinda Vekemans, Bouke Vlierhuis, Bart Vonck, Samuel Vriezen

Tweede Karel van de Woestijneprijs naar Leonard Nolens

karel_vdw.jpg

2004 was het 75ste overlijdensjaar van Karel van de Woestijne. Dat werd destijds gevierd met de onthulling van een borstbeeldje aan de kerk van Sint Martens Latem en de instelling van de driejaarlijkse “Karel van de Woestijne” prijs voor poëzie. De eerste keer toegekend aan Gerrit Kouwenaar, nu aan de Vlaamse bard Leonard Nolens.
Waren ook genomineerd:

(Bron: De Standaard & VRT)

Marco Antonio Campos, Jeroen Boone, Sander de Vaan & Bert Lema

dbh931.jpg

  • Marco Antonio Campos (Mexico-stad, 1949) is dichter, romancier en verhalenschrijver, essayist en vertaler. Hij publiceerde de gedichtenbundels Muertos y disfraces (Doden en vermommingen, 1974), Una seña en la sepultura (Een teken op het graf, 1978), Monólogos (Monologen, 1985), La ceniza en la frente (De as op het voorhoofd, 1979), Los adioses del forastero (Het vaarwel van de vreemdeling, 1996) en Viernes en Jerusalén (Vrijdag in Jeruzalem, 2005) waarvoor hem in Spanje de ‘Casa de América’-prijs van uitgeverij Visor werd toegekend. De Mexicaanse uitgeverij El Tucán de Virginia publiceerde in 1997 zijn Poesía reunida (Verzamelde poëzie, 1970-1996). In 2004 werd hem in Chili de eremedaille bij de honderdste verjaardag van Pablo Neruda toegekend.
    In de lente van 2005 verbleef Marco Antonio Campos gedurende twee maanden in Vlaanderen (Antwerpen en Vollezele); hij nam toen deel aan het Antwerpse poëziefestival ‘Dichters in het Elzenveld’.
    Samen met Stefaan van den Bremt zorgde hij voor een Spaanse vertaling van een bloemlezing zeven Vlaamse dichters (Roland Jooris, Leonard Nolens, Miriam Van Hee, Stefan Hertmans, Luuk Gruwez, Benno Barnard, Stefaan van den Bremt) die, onder de titel Más allá de mis manos, in 2006 bij de Mexicaanse uitgeverij Colibrí is uitgekomen.
    Voorjaar 2007 verschijnt bij uitgeverij P in Leuven een door vertaler Stefaan van den Bremt samengestelde bloemlezing uit Campos’ poëzie, getiteld Geen plek die de mijne is.
  • Als ik het goed heb gezien zijn de afmetingen van de halsbandlemming tussen twee afleveringen sterk geëvolueerd. Een halsbandlemming kan nu nog “ongeveer 3,2 tot 8,1 centimeter lang” worden in plaats van “9,4 tot 11,1 centimeter” en ook het gewicht is teruggelopen, nog slechts “8,53 tot 13,13 gram” in plaats van “17,65 tot 20,48 gram zwaar”. Maar de ziel van dit angstige diertje is dezelfde gebleven:

    XVII. Je moet op zoveel mogelijk paarden tegelijk wedden. Ook al lijken het aanvankelijk ezels.

    XVIII. Grauw en stinkend als wapperend mensenvlees hangt je te lang uitgestelde debuut droog aan de haak. Te wachten tot je navel scheurt.

    XIX. Trek je jeugd als een volstrekt onbelangrijke roman vacuüm. Verkoop je vrienden nu er nog vlees aan zit.

  • Gedichten ook nog van Bert Lema
  • En van Sander de Vaan

Gedichtendag

Bij het naderen van gedichtendag is er zoals gewoonlijk heel wat te doen in de pers. Zo werd er in De Standaard van vrijdag een stand van zaken opgemaakt over de poëzie in Vlaanderen en trok Marc Reynebeau het profiel van de Vlaamse dichter. Wat u verder werkelijk nog moet doen:

U begeeft zich donderdag naar de Nottebohmzaal van de Stedsbibliotheek te Antwerpen om er de voordracht bij te wonen van:
Roland Jooris, ook wel eens “monument in de Vlaamse poëziewereld” geheten
en
Herlinda Vekemans, afgelopen vrijdag in het poëziestuk in De Standaard nog geciteerd als “de genezing van een oud zeer”. Het oud zeer waarvan Herlinda Vekemans ons tesamen met Els Moors en Eva Cox geacht wordt te verlossen is een vreselijke pijn die wordt veroorzaakt door een schrijnend gebrek aan vrouwen in de Vlaamse poëzie.

Aangezien u waarschijnlijk bent vergeten te stemmen voor het beste gedicht uit de 10 bundels die werden genomineerd voor de  Herman de Coninckprijs kan u dat nog goedmaken door een stem uit te brengen voor de prijs voor de beste dichtbundel van 2006, en wel uiterlijk tegen 23/01 (morgen dus).

Wie tenslotte vergeten is alle afleveringen van de verbale boksmatch van Didi de Paris met de geest van Arthur Cravan te volgen kan aflaat krijgen door aanwezig te zijn op donderdag - gedichtendag 2007 - op een van de volgende locaties en uren : 
00u00 Geuzenhuis Gent
12u15: Wereldcafé, Bondgenotenlaan, Leuven,
20u30: Café Monk, Brussel

Op alledrie deze plekken zal Didi de Paris met bokshandschoenen en blote bast het publiek te lijf gaan.

Gedichten van Roland Jooris en Erwin Mortier in De Standaard

Vanaf vandaag tot 19 januari zijn in De Standaard elke dag twee gedichten te lezen uit de 10 dichtbundels die genomineerd werden voor de Herman De Coninck Prijs voor poëzie 2007. Vandaag zijn dat ‘Manet: rozen’ van Roland Jooris, uit de bundel ‘Als het dichtklapt’, uitgegeven bij Querido en ‘Hadewijch – Variaties, Brief achtentwintig’ van Erwin Mortier uit de bundel ‘Uit één vinger valt men niet’, uitgegeven bij De Bezige Bij.

Op http://www.standaard.be/hdcprijs kunnen liefhebbers tot 19 januari om 24 uur hun stem uitbrengen, en door te stemmen kans maken op een boekencheque van 100 euro. Op gedichtendag (25/01/07) kan een gratis poster van het winnend gedicht bij de erkende boekhandel afgehaald worden.

De Herman De Coninck Prijs is een nieuwe poëzieprijs van Boek.be. Een vakjury kiest uit de ingezonden bundels de beste en het publiek kan nu stemmend het beste gedicht uitkiezen. De gedichten kunt u ook hier lezen. De krant publiceert verder de jurymotivatie bij de dichters.

Over ‘Als het dichtklapt’ van Roland Jooris:
‘Roland Jooris beoefent als geen ander de kunst van het schrappen. Ook in deze bundel slaagt de dichter erin met een minimum aan woorden het maximum te zeggen. Met zijn sobere, uitgepuurde taal weet hij perfect door te dringen tot de essentie, zonder het mysterie te verliezen.’

Over ‘Uit één vinger valt men niet’ van Erwin Mortier:
‘De dichter portretteert hier met veel verve de vergane on-glorie van een bedelorde. De reeks ontstond n.a.v. een reeks foto’s van Lieve Blanquaert. Maar bij nader horen blijkt deze poëzie zich steeds meer los te zingen van de beelden waaraan ze schatplichtig zijn.’