
Het was me bijna ontgaan, maar Peter Terrin publiceerde begin deze maand op Notulen & Notities, zijn blog bij Knack, een lezing die hij op 27 april mocht uitpsreken in het kader van de tweejaarlijkse verhalenwedstrijd van de stad Deinze; (deel 1 & deel 2). Hij heeft het in zijn speech over zijn bewondering voor Raymond Carver, maar ook over De Brakke Hond en de verhalenwedstrijd waarvan we editie 2007 weer net hebben afgesloten:
Hoeveel schrijvers zijn er niet met verhalen of gedichten gedebuteerd in De Brakke Hond - het tijdschrift met een neus voor talent. Dimitri Verhulst en Stefan Brijs, ooit zelf vaste klanten, zetelen nu als nieuwe helden van de Vlaamse Letteren in de jury van de jaarlijkse De Brakke Hond-verhalenwedstrijd. Hun drukke agenda’s en status in acht genomen, rijst bij mij sterk het vermoeden dat ze dit mede uit dankbaarheid doen.
Ook ik ben erkentelijk. Toen ik in 1996 met Fiji laureaat werd van deze verhalenwedstrijd, was ik plots écht een schrijver. Mijn eerste publicatie, en meteen een onderscheiding! Vijf jaar had ik gewerkt in de luwte van een teruggetrokken bestaan in de stadsrand. In grote onzekerheid over mijn kunnen. Deeltijds in dienst bij traiteur Cactus leverde ik warme maaltijden bij de armlastigen van het OCMW. Een job met een heel veel dirty-realism. Alsof ik het nieuws had voorvoeld, floot ik die bewuste middag, in mijn bestelwagen, onophoudelijk NewYork, NewYork van Frank Sinatra: het was een prachtige lentedag. ‘Start spreading the news, I’m leaving today.’ Bij mijn thuiskomst lag een enveloppe op de deurmat, met daarin de bevestiging dat ik me niet al die jaren had vergist. Ik belde mijn moeder het nieuws van mijn tweede geboorte. Ik was uitzinnig. Zíj klonk opgelucht als na een lange bevalling.
Het is natuurlijk leuk als je iemands talent kan bevestigen voor anderen dat hebben gedaan, maar - zo zou ik alle inzenders van dit jaar vaderlijk willen toespreken - laat het daar in godsnaam niet van afhangen. Dat heeft een blije Peter Terrin trouwens ook niet gedaan; zijn speech bevat wat dat betreft behartenswaardige lessen : schrijven moet je doen, en af en toe wat verbranden.
Van Peter Terrin verschenen inmiddels twee verhalenbundels, De Code (1998) en De Bijeneters (2006), en drie romans: Kras (2001), Blanco (2003) en Vrouwen en kinderen eerst (2004).
Geschreven door Dirk van Eylen in Nieuws |
In dit reeksje over Vlamingen wiens boek op de tiplijst van de AKO literatuurprijs 2006 staat, vandaag Peter Terrin met De Bijeneters. De twee tekstjes hieronder zijn van het achterplat van het boek, en worden gevolgd door een fragment uit het boek.
Peter Terrin schrijft elke week een column in de Knack.
Peter Terrin (1968) werd meermaals geprezen als literair buitenbeentje. Blanco, zijn eerste roman bij De Arbeiderspers, haalde de longlist van de AKO literatuurprijs 2004. Het jaarboek Magazijn selecteerde hem voor de lijst ‘Beste jonge schrijver 2003’. Vrouwen en kinderen eerst, zijn jongste roman, werd kort na verschijnen door Knack opgenomen in de Top 50 van 200 jaar Vlaamse literatuur. Voor zijn oeuvre tot nog toe werd hij genomineerd voor de Dif/BNG-prijs 2005.
Op de tiplijst van de AKO literatuurprijs 2006: De Bijeneters
Volgens Van Dale is een variatie ondermeer ‘een daad waardoor (men) iets verandert’. Maar het is ook ‘elk der verschillende bewerkingen van een zelfde thema’. Beide definities zijn van toepassing op De bijeneters. In elk van deze zeven variaties staat een daad centraal waardoor alles verandert - of het nou om een dwingend verhoor gaat zoals in ‘De verdachte’ of om een blijk van buitengewone eerlijkheid zoals in ‘Schoonmaak of De lotgevallen van Abdullah en ikzelf’. Soms wordt vergeefs gestreefd naar iets wat inertie kan omzetten in een daad, maar vaker laat het toeval de protagonist geen keuze.
Peter Terrin demonstreert in dit nieuwe boek wat hij in zijn mars heeft, en dat is niet weinig. Geïnspireerd door grote voorbeelden als Camus, Hermans en Kafka laat hij zien waar zijn eigen, opmerkelijke kracht ligt: de verbeelding van de werkelijkheid zoals die eruitziet achter de façades van alledag. En daarbij toont hij zich, zoals een ervaren criticus het uitdrukt, ‘een meester van het onheilspellende detail’, die ‘met droge en preciese impressies (…) de lezer de stuipen op het lijf’ jaagt.
Fragment uit ‘De verdachte’:
Beneden nam hij plaats op een van de banken, hij moest nodig ontspannen. Hier zaten altijd bejaarde mensen, sommigen wel drie uur aan een stuk; ze bewogen nauwelijks, ze waren deel van het complex geworden. Winkelende mensen vergezelden hen in snelle opvolging. Op de bank tegenover Karlsson zat een man die onafgebroken hardop voor zich uit praatte. Wartaal. Zijn haar had een kaarsrechte scheiding, hij droeg een wat verouderd pak. Hij was geschoren en leek nuchter. Mensen stroomden uit de supermarkt, beladen met volle draagtassen. Ze liepen de kwebbelende man voorbij of hij niet bestond. Het was lang niet zeker dat hij geestelijk gestoord was. Misschien ging hij straks opgeruimd naar huis.
(hv)
Geschreven door Herlinda Vekemans in Nieuws |
Het is bijna zondag 1 oktober. Hieronder een (onvolledige) lijst van deelnemers aan het literaire luik van 01/10, gerangschikt in orde van binnenkomen bij de organisatoren. Bart Moeyaert neemt deel met een gedicht, en hoort dus ook op deze lijst. Op Parlandoooooh kunt u lezen wie er die zondag in Antwerpen het woord tot de bevolking richt. Of er wat met het materiaal van de andere schrijvers en dichters gebeurt, weet ik niet. Dat zal allemaal nog in de pijplijn zitten, vermoed ik. Op de website van 01/10 lees ik dat de 95 berichten aan de bevolking van evenveel auteurs vanaf 26 september verspreid worden onder alle geschreven media. De boekenbijlagen van De Morgen en De Standaard maken deze week geen melding van een literaire inzet voor 01/10. De Standaard heeft wel al een week een dagelijks rapport met meningen over 01/10, en beide kranten verstrekken net als een heleboel andere / organisaties steun aan 01/10. Een bericht van de literaire ‘lijsttrekker’ (woordspeling! een dichter is geen politicus doordat hij op deze lijst staat) had in een krant deze week niet misstaan. Misschien morgen en anders worden het vijgen na Pasen.*
Maar geen gemopper, zondag wordt een mooie dag.
In onderstaande lijst ligt de taalgrens net onder Eva Cox.
1.. Hugo Claus
2.. Ivo Michiels
3.. Charles Ducal
4.. Mustafa Kör
5.. Jan Lauwereyns
6.. Chika Unigwe
7.. Koen Stassijns
8.. Rudi Hermans
9.. Adriaan Van Aken
10.. Didi de Paris
11.. Joris Denoo
12.. Patrick Lateur
13.. Peter Theunynck
14.. Alain Delmotte
15.. Dimitri Leue
16.. Gie Bogaert
17.. Bart Plouvier
18.. Josse De Pauw
19.. Alstein
20.. Herman Brusselmans
21.. Joseph Pearce
22.. Oscar Van den Boogaard
23.. Herlinda Vekemans
24.. Dirk Verbruggen
25.. C.C. Krijgelmans
26.. Kristien Hemmerechts
27.. David Nolens
28.. Jozef Deleu
29.. Frederik Lucien De Laere
30.. Kamiel Vanhole
31.. Ann Meskens
32.. Dimitri Casteleyn
33.. Jef Geeraerts
34.. Hilde Keteleer
35.. Xavier Roelens
36.. Kristien Dieltiens
37.. Fernand Auwera
38.. Jess Degruyter
39.. Stefaan van den Bremt
40.. Benno Barnard
41.. Paul Verhaeghen
42.. Koenraad Goudeseune
43.. Jo Govaerts
44.. Al Galidi
45.. Stefan Brijs
46.. Herman Leenders
47.. Paul Bogaert
48.. Ilah (cartoon)
49.. Gerda Dendooven
50.. Ingrid Vander Veken
51.. Willie Verhegghe
52.. Koen Peeters
53.. Marc Reugebrink
54.. Johan de Boose
55.. Annelies Verbeke
56.. Peter Terrin
57.. Paul De Wispelaere
58.. Stefan Hertmans
59.. Piet Joostens
60.. Erik Vlaminck
61.. Guido Van Heulendonck
62.. Lieven De Cauter
63.. Geert van Istendael
64.. Kris Peeraer
65.. Willy Spillebeen
66.. Saskia De Coster
67.. Bart Vonck
68.. Pjeroo Roobjee
69.. Sven Vitse
70.. Monika van Paemel
71.. Dimitri Verhulst
72.. Saddie Choua
73.. Arne Sierens / Compagnie Cecilia
74.. Jef Aerts
75.. Luuk Gruwez
76.. Erik Spinoy
77.. Jean-Luc Outers
78.. Bart Meuleman
79.. Jeroen Theunissen
80.. Peter Holvoet-Hansen en Noëlla Elpers
81.. Leen Huet
82.. Ivo van Strijtem
83.. Jan Simoen
84.. Paul Demets
85.. Eva Cox
86.. Caroline Lamarche FR
87.. Jacques De Decker FR
88.. Danielle Losman FR
89.. Jacques Dapoz FR
90.. Eddy Devolder FR
91.. Nicolas Ancion FR
92.. Alain Berenboom FR
(hv)
aanvulling op 30 september: de volgende namen dienen aan deze lijst nog toegevoegd te worden
Diane Broeckhoven
Erwin Mortier
Christophe Vekeman
* zie echter hieropvolgend bericht
Op dinsdag deze week las ik De Morgen niet; er werd toen wel uitgebreid gerapporteerd over het literaire luik.
Geschreven door Herlinda Vekemans in Nieuws |
Op 13 oktober weten we wie op de zogenaamde toplijst van de AKO literatuurprijs 2006 zal staan. Dat kunnen drie tot maximaal zes auteurs zijn. De winnaar kennen we pas op 10 november. Uiteindelijk zal het iemand zijn wiens boek verkozen wordt boven dat van de 344 andere inzendingen, iemand die een prijs van 50 000 euro in de wacht sleept. Spannend, maar de 22 auteurs die een plaatsje op de zogenaamde tiplijst hebben, krijgen daardoor ook nu al erkenning voor hun werk. Dit jaar gaat het om: Gerbrand Bakker, Bernlef, Stefan Brijs, Remco Campert, Kees ’t Hart, Ben Knapen, Piet Meeuse, Ann Meskens, Hans Münstermann, Joris Note, Frits van Oostrom, Rascha Peper, Marja Pruis, Joyce Roodnat, Peter Terrin, Manon Uphoff, Dimitri Verhulst, Jacq Vogelaar, L.H. Wiener, Tommy Wieringa, Christiaan Weijts, Henk van Woerden.
Tot 13 oktober een achterplatkennismaking met het boek van de Vlamingen op deze lijst, vandaag Hoe ik mijn horloge stuksloeg van Joris Note.
Joris Note debuteerde in 1992 met de autobiografische roman De tinnen soldaat. Daarna volgden twee verhalenbundels: in 1995 Het uur van ongehoorzaamheid en in 1999 Kindergezang, dat verschillende prijzen en nominaties kreeg. Zijn Timmerwerk (2002) stond op de longlist van de Libris Prijs, werd genomineerd voor de Literatuurprijs Gerard Walschap en bekroond met de Literaire prijs voor proza van de provincie Antwerpen.
Op de AKO tiplijst: Hoe ik mijn horloge stuksloeg
Een vrouw en een man ontmoeten elkaar op een afgelegen plaats. Allebei zijn ze aan het wachten, de vrouw beroepshalve, de man uit een soort treurnis. Ze vertellen elkaar verhalen. En ze praten met hartstocht over de wereld waarin ze leven, een wereld die alle vreemdheid buitensluit, ook de hunne. Ze komen in aanvaring met kunst en politiek, met schone gevoelens en schone taal; en met het kwaad, maar wat is het kwaad? Ze lijken het alledaagse geratel en gesnoef erger te vinden dan Dutroux of het terrorisme. Intussen schrijft de man beelden en ideeën op, en herinneringen aan een ver en soms beknellend verleden. Hij wil dat verleden loslaten,maar niet helemaal. Waarop wachten de man en de vrouw eigenlijk? En hoelang nog? Het wordt tijd dat ze in beweging komen. Hoe ik mijn horloge stuksloeg vertelt, zonder moralisme maar ook zonder lacherigheid, over wezenlijke dingen. Het vermengt op een speelse manier fictie en autobiografie, verhaal en beschouwing,taalplezier en taalwoede.
Joris Note, Hoe ik mijn horloge stuksloeg, De Bezige Bij, 2006
(hv)
Geschreven door Herlinda Vekemans in Nieuws |