Tip top (1)
Op 13 oktober weten we wie op de zogenaamde toplijst van de AKO literatuurprijs 2006 zal staan. Dat kunnen drie tot maximaal zes auteurs zijn. De winnaar kennen we pas op 10 november. Uiteindelijk zal het iemand zijn wiens boek verkozen wordt boven dat van de 344 andere inzendingen, iemand die een prijs van 50 000 euro in de wacht sleept. Spannend, maar de 22 auteurs die een plaatsje op de zogenaamde tiplijst hebben, krijgen daardoor ook nu al erkenning voor hun werk. Dit jaar gaat het om: Gerbrand Bakker, Bernlef, Stefan Brijs, Remco Campert, Kees ’t Hart, Ben Knapen, Piet Meeuse, Ann Meskens, Hans Münstermann, Joris Note, Frits van Oostrom, Rascha Peper, Marja Pruis, Joyce Roodnat, Peter Terrin, Manon Uphoff, Dimitri Verhulst, Jacq Vogelaar, L.H. Wiener, Tommy Wieringa, Christiaan Weijts, Henk van Woerden.
Tot 13 oktober een achterplatkennismaking met het boek van de Vlamingen op deze lijst, vandaag Hoe ik mijn horloge stuksloeg van Joris Note.
Joris Note debuteerde in 1992 met de autobiografische roman De tinnen soldaat. Daarna volgden twee verhalenbundels: in 1995 Het uur van ongehoorzaamheid en in 1999 Kindergezang, dat verschillende prijzen en nominaties kreeg. Zijn Timmerwerk (2002) stond op de longlist van de Libris Prijs, werd genomineerd voor de Literatuurprijs Gerard Walschap en bekroond met de Literaire prijs voor proza van de provincie Antwerpen.
Op de AKO tiplijst: Hoe ik mijn horloge stuksloeg
Een vrouw en een man ontmoeten elkaar op een afgelegen plaats. Allebei zijn ze aan het wachten, de vrouw beroepshalve, de man uit een soort treurnis. Ze vertellen elkaar verhalen. En ze praten met hartstocht over de wereld waarin ze leven, een wereld die alle vreemdheid buitensluit, ook de hunne. Ze komen in aanvaring met kunst en politiek, met schone gevoelens en schone taal; en met het kwaad, maar wat is het kwaad? Ze lijken het alledaagse geratel en gesnoef erger te vinden dan Dutroux of het terrorisme. Intussen schrijft de man beelden en ideeën op, en herinneringen aan een ver en soms beknellend verleden. Hij wil dat verleden loslaten,maar niet helemaal. Waarop wachten de man en de vrouw eigenlijk? En hoelang nog? Het wordt tijd dat ze in beweging komen. Hoe ik mijn horloge stuksloeg vertelt, zonder moralisme maar ook zonder lacherigheid, over wezenlijke dingen. Het vermengt op een speelse manier fictie en autobiografie, verhaal en beschouwing,taalplezier en taalwoede.
Joris Note, Hoe ik mijn horloge stuksloeg, De Bezige Bij, 2006
(hv)