Fred Papenhove
Als kind
I.
Op straat knikker je jezelf in de rondte,
omringd door woede. Met donkere ogen
verover je bezit, er wordt geslist. Je boetseert
je handen en laat de straatstenen spreken.
Waar je op wacht is bekend: tegenstanders
willen in je speelzaal kijken, weemoedig klinkt
vanuit het raam een broze stem: ‘Laat je niet in
zee spelen.’
De overwinningssmaak schiet je te binnen,
je rent. Je medeknikkeraars achtervolgen je
volkomen schuldig, met doorzettingsvermogen
schreeuw je om je heen: afgebluft is iedereen.
Aan de voet van het raam kijk je terug.
II.
In de klas trek je je stoute schoenen uit, alles komt je
vreemd voor. Je spreekt weinig; iedere dag verlang je,
binnen geen tijd sta je bekend als een naar-huis-willer.
Tot je verrassing ontdek je het klimrek, je bloed kruipt
waar het gaan kan. Het leven is een heldere ansichtkaart:
met buitelen doe je gek, zo doe je al genoeg. De psalmen
vliegen je als frisbees om de oren, wie niet geloven wil
moet horen. Duik!
© Fred Papenhove
Fred Papenhove publiceerde drie bundels, waarvan de meest recente, De hemel is vol zwaluwen, werd bekroond met de Halewijnprijs 2009.