Beschouwingen over literaire kritiek in DW B
DW B brengt in het tweede nummer van 2009 een dossier met beschouwingen over literaire kritiek, in afwachting van het opstarten van De Reactor, een kritiekenwebsite van een aantal Vlaamse en Nederlandse tijdschriften.
Het dossier werd samengesteld door literatuurwetenschappers Jos Joosten en Tom Sintobin: ‘in dit nummer bekijken acht onderzoekers, die binnen de letterenopleidingen van de universiteit zijn geschoold, vanuit een metapositie naar het al dan niet eeuwige gezieltoog van de literaire kritiek.’
Een werk waarnaar in dit dossier veel verwezen wordt, is The Death of the Critic van Ronan MacDonald. MacDonald, zo leert ons Google, is senior lecturer moderne Engelse literatuur aan de universiteit van Reading en publiceerde o.a. over Samuel Beckett. Hij is directeur van The International Beckett Foundation. In zijn boek, zo vernemen we in een Amerikaanse recensie ervan (bemerk overigens de verschillen in visies op literaire kritiek in GB tegenover VS), betoogt hij na een overzicht van de ontwikkelingen binnen de literaire kritiek o.a. dat de kritiek baat heeft bij bruggen tussen academische en journalistieke critici.
Interessant is dit interview met MacDonald waarin hij een 20-tal minuutjes over zijn boek vertelt. Zijn boek kwam er grotendeels als reactie op een publicatie van John Carey, een Oxfordse professor die in de wereld van de literaire kritiek ook een publieke figuur is. Carey vertrekt veelal van een relativistische positie: het is moeilijk over literatuur een oordeel te vellen omdat alles in the eye of the beholder is. Elk oordeel is bijgevolg zo goed als evenveel waard. Gewapend met deze visie kan haast iedereen zich criticus noemen en de esthetische dimensie van de literatuur wordt zo teruggebracht tot iets wat een lezer al of niet aanstaat.
MacDonald stelt vast dat enerzijds de literaire kritiek zich in de academische wereld heeft teruggetrokken en anderzijds dat haast iedereen zich bevoegd acht om literaire kritiek te brengen. Hij hoopt voor de literaire kritiek van nu en de toekomst op een meritocratie in plaats van een democratie. Verder kan naar zijn mening een criticus er zich op grond van een relativistische positie niet vanaf maken door de lezers een waardeoordeel te onthouden. Uit de stukken in DW B blijkt dat MacDonald oog heeft voor ethische en esthetische waardeoordelen, voor oordelen over zowel vorm als inhoud.
Ook voor de blogosfeer zet MacDonald in op meritocratie dan wel op democratie, zo horen we in het interview. Critici die op het internet hun verdiensten kunnen aantonen, vinden vanzelf hun weg en hun publiek. Verder meldt hij in het interview dat de hoogdagen van de literaire kritiek met een overwegend politieke agenda voorbij lijken te zijn en dat er vernieuwde aandacht is voor de esthetische dimensie in een literair werk. Vermoedelijk refereert hij hierbij uitsluitend aan de literaire kritiek in GB, en niet aan die in de VS.
(hv)
Dead men walking, DW B, april 2009 2