(7. Slot) Neither the Power nor the Glory

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

In Vaessens’ analyse is de ontwaarding van de literatuur niet voldoende uitgewerkt omdat

1. zoals Vaessens zelf aangeeft, er vroeger niet méér gelezen werd en de ontwaarding dus om te beginnen enigszins gerelativeerd moet worden. Het effect dat nu wel degelijk speelt, is overbelichting in real time: alle betrokkenen zien de ontlezing continu en overal gebeuren, rapporteren erover en betreuren het.
2. er wel degelijk ontwaarding optreedt, o. a. omdat er meer boeken geproduceerd worden dan vroeger (zie het denkspoor in de weblogstukjes hieronder, nr 3). Vaessens onderschat daarbij de economische krachten die inspelen op de boekvorm van de literatuur, en op de literatuur zelf. Hij haalt Jonathan Frantzen aan die meent dat het niet uithaalt als een schrijver altijd maar herhaalt ‘technological consumerism is an infernal machine’ (p. 88), maar daarmee hebben we die krachten niet van ons afgeschud. Het zijn krachten die de gehele wereld sturen.
3. Vaessens in zijn analyse van de romanliteratuur nauwelijks oog heeft voor de impact en mogelijkheden van het internet (zie de beschouwing van Rutger H. Cornets de Groot).
4. Vaessens de krachten van de media onderschat. De vreselijke gebeurtenissen in Apeldoorn werden dit weekend in De Morgen becommentarieerd door een Zwagerman met een zorgelijke blik achter zijn bril. Maar vergeten we niet dat de man die deze moordpartij aanrichtte net als in andere dergelijke aanslagen de media wellicht als hefboom gebruikte om zijn daad te vergroten. Overigens, als bij elke ramp een schrijver het lezerspubliek komt bijlichten, hoe lang meent Vaessens dat de literatuur hieraan autoriteit zou kunnen ontlenen? In Vlaanderen zijn er nu al mensen met lede ogen te ontwaren als schrijvers zich weer eens mengen in het hoofddoekendebat.

Wat nu met zijn pleidooi? Voor mij ware zijn analyse voldoende geweest. Zijn poging om critici te sturen in hun aandachtspunten en zijn appel om de literatuurwetenschap een cultuurpolitieke agenda mee te geven leiden onvermijdelijk tot heftige reacties. Hij heeft dit bovendien opgezocht door zijn pleidooi niet op een wetenschappelijke bijeenkomst te houden maar in een publicatie die lezers, schrijvers en critici uit allerlei hoeken bereikt.

Deze kleine tijdschriftplek die vooral debuterende auteurs aantrekt, vraagt om een verdediging van de open ruimte van de literatuur tegen de eenzijdigheid eigen aan pleidooien. Ik vertrek van een vrij in te vullen open denksjabloon. Het standpunt van Vaessens is er even goed in integreerbaar. Ik neem ervoor wel mijn toevlucht tot minder grijpbare vertrekpunten dan die in de analyse van Vaessens: een verhaallijn.

Als vertrekpunt sluiten we de autonomie van de literatuur op in de ommuurde stad Troje uit de Ilias en de Odyssee van Homeros. Het komt na belegeringen tot een treffen tussen Hector van Troje en de zo goed als onoverwinnelijke Achilles. Hector wordt gedood. Dankzij de listige Odysseus, die de dodelijke krachten van het imaginaire (de Sirenen) (1) kon beluisteren door zich aan de mast van zijn schip te laten binden, komt de wereld van buiten de stad en de literatuur binnen in de vorm van een houten paard. De Grieken blijken alweer onoverwinnelijk en nemen de stad in.

In het pleidooi van Vaessens zoekt de literatuur het standpunt van Achilles op. The power and the glory. Achilles doodt Hector van Troje, rijdt triomfantelijk met zijn lijk aan zijn karos vastgebonden rond, tot diens vader, Priamos, het lijk van zijn zoon komt terugvragen. Achilles stemt hiermee in en weent bij het lijk van Hector. In welk personage of in welk element van de verhaallijn de autonomie van de literatuur zich kristalliseert kunt u nu zelf kiezen: in Hector, de prins van Troje, of in de stad zelf? En waar bevindt zich de schrijver? Alweer verschillende posities mogelijk. Er zijn koningen en prinsen maar ook interessante nevenfiguren die op hun eigen manier het verhaal verder stuwen, bijvoorbeeld Briseis, of Patroklos, de neef van Achilles.

En dan trek ik me nu terug uit deze vuurlinie. Het toeval wil dat ik, voor het boek van Vaessens mijn aandacht opslokte, bezig was in dit boek (1). Het past perfect in deze context, en ik geef er u graag het slot van mee (in een Engelse versie): ‘Thus the richness and the poverty, the pride and humility, the extreme disclosure and the extreme solitude of our literary work, which has at least the merit of desiring neither power, nor glory.’

(1) Maurice Blanchot, The book to come, Stanford University Press, 2003.

(hv)

Reageer