Twee gedichten – Charles Ducal
Onder dit spreken
hangt mijn lichaam in het klein.
Ik heb mijn stem niet losgekregen.
Mijn handen kunnen wel bewegen,
maar op de wijze van een proefkonijn.
Het spreken houdt ze aan de lijn.
Ik voel het trekken aan mijn schouders :
geen wil of leidraad, maar iets ouders,
een in het donker vastgebonden sein.
Vandaar dit bange, dwang geworden rijm,
een tang om mijn verrekte schedel,
die almaar voller wordt en almaar breder,
hoewel ikzelf nog steeds verklein.
Hond
Beneden wilde hij dit lichaam zijn,
gehoorzamend de stok, de ketting en het hok,
de geest tot tam geslagen vlees herleid,
nooit hoger dan het kruis diep in haar rok.
Zo kwam hij terug, de zoon van God,
en werd herkend op ieder scherm,
de leiband om de hals, en hij verloste ons,
zijn volgelingen, van wat eenzaam was en ver
en leerde ons verliefd te worden als een hond
op deze vrouw, dicht bij de grond.
© Charles Ducal, 2008
-
Charles Ducal schreef klassieke bundels als Het huwelijk en Moedertaal. In 2006 verscheen zijn ‘come-back bundel’ In inkt gewassen. Deze twee gedichten zijn onderdeel van de reeks Onder dit spreken.


