Berckmans 27 keer in De brakke hond
Jean-Marie Berckmans publiceerde niet minder dan 27 keer in De brakke hond. Als we straks nummer 100 vieren, betekent dit dat hij aan meer dan een kwart van de nummers meewerkte. Hij was er bij vanaf nummer 1.
Van Didi de Paris kregen we een treffend in memoriam. Op zijn weblog vandaag nog meer over Jean-Marie Berckmans.
JEAN-MARIE WOU FIETSEN
(In liefdevolle herinnering: J.M.H. Berckmans)
Het nieuwe schooljaar begint zoals het normaal altijd zou moeten beginnen: op één september en op een maandag. Gisteren, op de laatste dag van de zomervakantie stierf één van de grootste hedendaagse auteurs uit het Nederlands taalgebied: J.M.H. Berckmans. In de namiddag belde iemand me om te zeggen dat hij overleden was. Een telefoontje uit de marginaliteit. Met dit soort informatie moet je altijd voorzichtig omgaan. Heel de verdere dag in twijfel.
Tegen achten ’s avonds verscheen een kort bericht in de media. Volgens hen debuteerde JMH in de jaren ’60. Dat was even slikken… Van de literatuur binnen ons taalgebied mag men alles verwachten. Maar dit bericht deed mijn wenkbrauwen fronsen. In oktober zou Jean-Marie 55 geworden zijn. Dat zou pas voorpaginanieuws worden! Zoals de 50ste verjaardag van Tom Lanoye, of de halve eeuw Madonna. Als déze literaire komeet inderdaad in de golden sixties aan het literaire firmanent verschenen is dan moet dat geweest zijn tussen zijn zevende en zeventiende. Zo een debuut zou de reputatie van het literaire wonderkind Arthur Rimbaud doen verbleken…
Neen, Jean-Marie, jouw eerste boek dat was m.i. 77′, zoals het album van Talking Heads. ‘Geschiedenis van de Revolutie’ heette het boek, en dan heb ik ook nog dat klein onnozele dichtbundeltje ‘Tranen voor Coltrane.’ Spuuglelijke cover met ABBA op. In het blauw. Beide boekjes waren uitgaven van punk par excellence Walter Soethoudt. En toen werd het een hele tijd stil rond jou… In ’89 stond je er terug met ‘Vergeet niet wat de zevenslaper zei’ . In 1994 werd de Revolutie nog eens uitgebracht, door een propere uitgeverij, Nijgh & Van Ditmar, en met een titel die veel beter in de markt lag: ‘Brief aan een meisje in Hoboken’.
Elk mooi verhaal begint in Kessel-Lo. Op de Heiberg werd een popfestival gehouden. Ergens in de namiddag, het regende stront, trad Jeffrey Lee Pierce op, voorheen van The Gun Club. Het festival werd afgesloten door Alien Sex Fiend. Ik werd voorgesteld aan een schriel mannetje. Die voortdurend in mijn oor zat te schreeuwen. Hij kwam van Bari, Zuid-Italië. Daar had hij een schoenenfabriek gehad. De timing was niet echt opperbest. JMH was zo druk, en ondergetekende ADHD-er kon toen nog eens geregeld venijnig uit de hoek komen. Door mijn hoofd flitste: “Jongen, nog één stap en gij gaat hier een petat, een saflet, koek, een vielle krijgen.”. Gelukkig was Kamiel Vanhole, de zachtheid zelve, er ook bij en is de boel niet geëscaleerd. Integendeel, later dat jaar nodigde JMH mij uit op zijn eigen 11-juliviering: Summer in the City. Een groot festival. In Antwerpen. In de Paradox. Megalomaan is een betere omschrijving. Jean-Marie was manisch-depressief, maar dat hadden we toen nog niet echt in de gaten. (Temeer omdat we allemaal wel een beetje koekoek waren.)
In de twintig jaar die volgden bleef het verhalen regenen. Jean-Marie wou een fiets, dat werd enkele dagen geleden op een geëlektrocuteerde pagina over de brave man geschreven. Brave man is niet helemaal juist, ik heb hem nooit over de vloer gehad, hij kon kleverig zijn als een cent, een lastige cent, een kruising tussen Jan Arends en Johnny Rotten. Briljant schrijver. Ik heb hem vaak ontmoet. Geregeld was hij aan het lullen en brallen, geen touw aan vast te knopen. Kapitein Haddock van de Zeven Tapkasten. Daarbij viel zijn kunstgebit al eens uit zijn mond. Het spuug vloog in het rond. Voor je het wist was je gezicht gewassen. De telefoongesprekken waren een gruwel.
Zo hebben ze het graag.
Een kunstenaar, een schrijver bijvoorbeeld, bekijken als een aapje in de dierentuin. Romantisch is dat. Zoals er ooit eens een tijd was waarop de burgerij op zondagnamiddag, ter verdrijving van de verveling naar de zothuizen trok om zich er te vermaken met de gekken die geketend in hun eigen stront lagen te kronkelen en te raaskallen…
Sommigen omschreven je als de Louis-Ferdinand Céline van Antwerpen. Céline stierf op de eerste dag van de Grote Vakantie, Gij op de laatste. Jeffrey Lee Pierce stierf ook op een zondag. Jean-Marie als een zondagskindje de eeuwigheid binnengetrokken. Vertrokken met uw boekentasje, richting Eeuwige Jachtvelden. Als het einde van een rebelse film, zijt ge gestorven. Op het speelplein van de dood.
Gestorven op zondag. Het kon zo uit een tekst van de man zelf komen. Bij geen andere schrijver viel zijn tekst zo samen met zijn leven. Gruwelijk was dat.
Godverdomme, ik begin u te missen, klootzak. Ja, krachttermen, daar bedienden wij ons van. Uw moeder bijvoorbeeld, beschreef gij als Camilla Gorrilla. Shit, Jean-Marie, ik zal u missen, jong! Ik hoop dat gij nog vaak komt spoken aan mijn bed! Want achter al die branie, al die zotheid, al die zatheid, zat gij, Jean-Marie, Liefde.
Didi de Paris
Tekstiel Baron
http://didideparis.wordpress.com



September 6th, 2008 at 9:31 am
Wat een mooi eerbetoon aan één van de ‘grootste’ schrijvers die Vlaanderen ooit gekend heeft…ja: ik ben een groot liefhebber van de teksten van Jean-Marie Berckmans. Hij kon als geen ander de ‘miserie’ zo mooi verwoorden, gaf mensen uit de marge ‘een gezicht’. Dat siert hem.
Ik zal hem missen, al heb ik hem niet persoonlijk gekend, maar ik zal ‘het wachten op’ een nieuw boek van hem missen…
En de literaire wereld: ik denk niet dat ze hem naar waarde hebben geschat. Er werd wel eens denigrerend gesproken/geschreven over de inhoud van zijn verhalen…
Moge je nu rust vinden in het walhalla, ik zal je boeken blijven lezen.