Twee gedichten – Juliën Holtrigter
Deja vu
Ik schel, een luikje gaat open. Ik meld mij
- ik ben die en die.
Een huisknecht geeft mij te kennen: Mijnheer is
op reis. Wel heeft hij een boodschap achtergelaten.
Opzij van het huis staan ramen wijd open.
daar staat een opgemaakt bed. Ik klim
snel naar binnen, ga liggen en kijk naar
de roerloze bomen. Dit uur niet herhaalbaar,
niet ergens anders te halen, dit licht als een ingreep,
niet flitsend maar pijnlijk omzichtig in mij gelegd.
Terug is nooit een probleem.
Buiten het hek vraagt een man mij de weg.
De schaker
Het is met het koninkrijk van de hemel
als met een schaker.
Hij heeft alle partijen gewonnen.
Nu neemt hij het op tegen God.
Maar al gauw loopt hij weg van de tafel.
Er staat geen klok en God rookt.
Dan keert hij terug, hij kan het niet laten.
Weer duurt het jaren.
Dan is hij eindelijk aan zet en zegt:
Eerst blaast gij uw heilige rook in mijn ogen,
dan laat gij toe dat ik van u roof,
uw torens en lopers en zelfs ook uw koning.
God kan geen kant op en geeft
zich gewonnen.
© Juliën Holtrigter, 2008
-
Juliën Holtrigter (º 1946) debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij Mozaïek. Daarna verschenen bij De Harmonie twee bundels: Het verlangen te verdwalen (2004) en Het stilteregister (2006). Een nieuwe bundel verschijnt in 2009.



August 21st, 2008 at 3:32 pm
Het eerste gedicht greep me meteen. Strakke, poëtische beelden.