Twee gedichten – Frederik Lucien De Laere
Kuisheidsgordel
Het privaat wint terrein
nu de safe in haar lijf
vreemden afweert
en het genot zich gepantserd
voor hem inkeert,
de ontheemde echtgenoot.
Hij zweert bij de code, het getal
dat bij haar past als een schoen
en dat hij blindelings vormt,
als een ritueel met heilige cijfers.
Zwijgen is goud, hij houdt de
lippen stijf op elkaar
en duldt ook van haar
geen loslippigheid.
immuniteit
in onze bios baden beresterke berbers
die de hel van de woestijn overleefden
en zweefden op het manna en de mantra
van de god die genadig gading schonk
maar ook harde tafels en wetten van bloed
om te ontvangen een gestel van kruppstaal
een huid volgescholden tot een schild
en binnenin zuur en slijm neutraliserend
de nucleus van de vijand tot ongevaar
de stress weggesist, met een list verbannen
globulines als belles dames die hun prooien
kooien -sans merci- en zich met hun hoofden
tooien: een trail & error evolutionaire track
naar een taai organisme met defense mode
dat zich wel eens tegen zichzelf keert
wanneer het zich verveelt, en dan teert
op de suiker of de huid aantast met een tirade
van vlekken maar het gaat doorgaans als volgt:
er vormt zich een heilige triade
van pijn, roodheid en warmte
voor de indringer die zich in het lichaam dwingt
maar al vlug is gesnapt, omringd door een zwerm,
een dodelijk kapsel dat het vreemde capteert
en dissecteert tot dolende fragmenten
van een compact gevaar dat kan leiden
tot een nooit geziene cataract
die de geschiedenis van a tot z herschrijft
in een onontcijferbare schijf, een vreemde code
van een vreemd virus dat ons binnenrijft.
© Frederik Lucien De Laere, 2008
-
Frederik Lucien De Laere is lid van Het Venijnig Gebroed. Hij publiceerde twee bundels: Paniek in het circus (2003) en De martelgang (2006) – beiden bij het Poëziecentrum. Sinds 2007 is hij stadsdichter van het dorp Damme.


