Theseus in den vreemde – Adriaan Krabbendam
Theseus in den vreemde
1
voorbij de venen wacht de veerman
met de doffe ogen op de komst
van wie dan ook het maakt
hem geen verschil
het muntstuk heeft z’n glans verloren
onwillig siert het mijn gebit
ik spreek hem zonder klanken aan
de boot vertrekt we moeten gaan
2
het ijle glijden door het strakke veld
waar slangen schuifelen
door brak en dampend afvalwater
de veerman zwijgt.
er is hier geen verdriet.
ik ben de dode reisgenoot.
3
in het soort duister waarin men niet ziet
ziet men niet alleen niet, ook woorden
nemen de vorm aan van beelden en drog
wijkt kunstlicht voor houvast en been
alles is binnen, buiten bestaat niet
je bedient je van andere knoppen
en tentakels, en wat je ook denkt
altijd al dacht, verzinkt in het reukorgaan
4
ik voer de streng de tempel in
en licht me bij met wat je gaf
wat me te wachten staat toont zich
in spiegels, treedt terug
en komt me
brullend tegemoet
de geur verraadt je, het is
het woud waarin ik maanden
dwaalde, ooit
nu ik terug ben, herken ik niets
dan deze geur, weet niet waartoe
ik leerde ademen
ik sta rechtop:
hier is de stier
met deze bijl had ik nog niet gehakt
5
in de smalte van de dwaze lucht
waar de maan haar uitgekauwde ronde doet
leerde ik wat de wind doet met het gras
vergeefse rozen strooiend
over de voetstap van de tijd
haar lichaam
of wat ik daarvoor hield
de huid gespannen als een paukenvel
verzekert van de trefzekerheid
van mijn voorzegde dood
die ik zo wenste en vervloekte
en bang te zijn hierin
en dit te weten
© Adriaan Krabbendam, 2008
-
Adriaan Krabbendam is redacteur, vertaler en dichter. Zijn website bevat veel informatie over zijn drukke werkzaamheden. Heeft goede banden met Otto Maanzaad.