Gedicht – Hans Kloos
Langeleegte
Optimismus herrscht auf dem Rasen
Het is winter. De witte ziet rook,
een sneeuwvlokje van wonderen.
De tovenaar van Tatabanya rekt tijd,
de tuinman maakt een snoekduik
en vrede heerst in de lucht,
maar de gier gaat naar de sprinkhanen
en de adelaars gebruiken de vleugels niet.
De haan verlaat het veld
en de boer knijpt naar binnen –
de lange mannen komen.
Kool noch kist noch kuip
worden gespaard – blind
stormen ze op de muur van verdedigers af
onder het oog van een beenhakker,
een griever en de generaal
roest op het verkeerde been,
wordt neergelegd door een hoorndrager.
Arts en krijgsman komen te laat.
Hier is een goudmijn nodig,
een rijkaard die kan uitdelen.
Hulptroepen komen naar het front,
de witte Socrates en de halve Zeeuw
zenden de razende robben naar voren
– een engelaar komt uit zijn rug,
gebruikt zijn lichaam en denkt
aan de zwarte parel en het propje
dat steeds meer verkreukt. Met krompraat
kleunt de verlosser erin, maar niets
is bestand tegen de banaan
die de kromme zelf gadeslaat
© Hans Kloos, 2008
-
Een voetbalgedicht, dat geen voetbalgedicht is. Dat kan alleen afkomstig zijn van Hans Kloos (º 1960). Zie zijn website voor informatie over zijn talloze activiteiten: van Westerparkdichter tot prozadebutant in de dop. Lees ook over zijn recente bundel.


