Gedicht – René Huigen

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

Een huwelijk

1. Agnes Frey

Eerwaarde, wat zijn acht stuivers om te biechten in vergelijk tot de prijs
die een boeteling voor zijn schanddaden betalen moet? Wangunstig
ben ik op hem met wie ik huwde en die tot gruwel des Heeren beelden
van ’s Werkmeesters handen smeedde. Ik vervloek zijn hoogmoed
en lijden, de minnaar van rust en schaduw, die ijdeltuit, van wie hij
leerde een wereldburger te zijn en allen toe te behoren. Nemesis
tekende hij op een wolk van gematigdheid boven Chiusa, maar de wraak
was aan mij in Emmerik, waar ik, gekweld door noodweer, drie van zijn
portretten verscheurde. Jaloers ben ik op allen die hij vereeuwigde,
op de naamlozen evenzeer als op zijn vrienden. Zij behoren de intieme
wereld van zijn handen toe, waarvan de verhoudingen de muzikale
intervallen van de harmonie der sferen weerspiegelen. Zo meesterlijk
met fluwelen toets tot leven gebracht, omvatten ze bergen, dalen
en rivieren, alle kruiden, alle hout, alle kwarts- en kiezelstenen, en alles
wat lijnen, aders en rimpels heeft. Maar het zijn diezelfde bergen,
dalen en rivieren die ons nu scheiden. Sinds die keer dat hij mijn lieve
Agnes schetste en me later met grovere streken als een boerin had neergezet,
heeft hij me nooit meer aangeraakt. Een dodenakker ben ik voor hem.
Zelf portretteerde hij zich nogal fatterig en verwijfd in een laag met
gouden biezen afgezet hemd. In zijn vingers, als blijk van zijn macht
te beschimpen al wat hij liefheeft, even verheven als laag-bij-de-gronds,
een stekelige distel, met purperen kroon, ter kroning van de Zoon
die hij mij niet kon schenken, de Eryngium, genaamd mannentrouw. Amen

2. Albrecht Dürer, een zelfportret

Recht heb ik de wereld in de ogen durven kijken, een bontkraagje
en omfloerste blik veranderden daar weinig aan, want ijdel is slechts
hij voor hen die God niet vrezen. En daarbij: wie ik ook tekende,
Lucas van Leyden in zilverpunt of Nicolaas, de juwelier, of kleine
Bernard van Brussel, Florent Nepotis, de organist van vrouwe Margaret
en secretaris Peter, het engelengezicht van Johann of mijn lieve
lieve Agnes in houtskool, ik portretteerde ze met evenveel toewijding
als u, mijn waarde Sint-Hieronymus. Altijd heeft voor mij de mens
centraal gestaan, zijn volmaakt ronde vorm in het middelpunt van Zijn
voortreffelijke Bouwwerk, het hemelgewelf. Zo deelden ook de Ouden
hun tempels, publieke gebouwen en andere constructies naar de bouw
van het menselijke lichaam in en bestaan er geen ledematen, die niet
naar een sterrenbeeld, een ster, een intelligentie of een goddelijke naam
verwijzen. Ik begrijp dat voor velen dit een loden last kan zijn,
die slechts weinigen gegeven is te dragen. Op Melancholia stopte ik
daarom een passer in handen van een Genius, die al het ons omringende
met de onbewogen kern van liefde en gerechtigheid verbindt. De blik
heeft hij afgewend, gelaten het kijken uitgesteld, niet langer ijdel
in de ogen van Hem die hij vreest, maar mens geworden in die van
zichzelf. Werkeloos ligt tussen de symbolen van de oude wetenschap
het gereedschap van de eindige kunst, een schaaf, een hamer, een zaag,
verloren aan zijn voeten. Nu niet langer de genade hem van bovenaf
wordt ingegoten, stemt wat aan de horizon gloort hem zwaarmoedig,
en ziet hij, boven een nimbus van zonlicht, op een plaats waar die niet kan
schijnen, in zwart en wit, een regenboog het zwerk openrijten, hij denkt zo
de wereld te wegen, maar voelt slechts het immense gewicht van zijn hoofd!

© René Huigen, 2008

    René Huigen (º 1962) publiceerde in 1994 zijn bundel Laatste gedichten. Gelukkig is hij van zijn voornemen om niet meer te dichten teruggekomen, wat een aantal interessante poëziepublicaties opleverde: Monument voor een verzonnen dichter (1996), Geen muziek & geen mysterie (2003) en het lange gedicht Steven! (2005). In 2007 verscheen zijn voorlopige verzamelde dichtwerk onder de titel Fysica voor dichters