Zeventiende korte autobiografische leugen
Bij een verre nicht is er een verlangen naar lijden, ze verafschuwt de
tamme formule waarmee ze opgroeit. Heupwiegend bekeert ze zich
tot het christendom; haar nieuwe drang maakt een einde aan de onrust
in haar hoofd.
Ze is echter uit onvoorspelbaar hout gesneden, zodra iets vaste vorm
aanneemt slingert ze van idee naar idee. Het christendom is te afwachtend,
een verre nicht stort zich heupwiegend op een artistiek doel. Een verre
nicht wil de wereld herscheppen, ze houdt van nieuwe vergezichten
en omringt zich met verf en doek.
Ze doet een onverwachte uitval naar haar spiegelbeeld en haalt zichzelf
met open armen binnen. Een verre nicht weet dat ze daardoor kwetsbaar
wordt, maar ze wil haar vleugels uitslaan en grote verbintenissen
aangaan. Hartstochtelijk zoekt ze, de nieuwsgierige buitenwacht wacht af.
Een verre nicht verkleint zichzelf tot beeld en komt nauwelijks meer buiten.
Aan schipperen doet ze niet, ze snijdt zich af van de wereld, verschaft
zichzelf weinig ruimte en wordt in de ogen van haar medemensen merk-
waardig.
Bij een verre nicht breken ‘s nachts barbaarse krachten los, ze staat in
haar tuin of op de weg, waar ze schreeuwt over ruiters die uit het westen
komen. Haar geest heeft zijn positie veroverd.
© Fred Papenhove, 2008
-
Fred Papenhove (º 1956) publiceerde tot nu toe twee dichtbundels: De Rode Soldatenvis (Poisson - Soldat Rouge), uitgeverij Holland, 2005, en Draaibaar, BnM uitgevers, 2007.
Dit gedicht is uit zijn nieuwe bundel, De hemel is vol zwaluwen, die in het voorjaar van 2009 wordt uitgebracht door de Geus.


