De wolf en de arme geitjes
Make love, not war! Zo klonk het enkele decennia geleden. Alsof men onder de lakens enkel het goede kon doen, kinderen maken of vrolijk genieten, terwijl het kwade slechts te vinden was op het oorlogsslagveld. Door de vrijheid en blijheid van de seksuele revolutie vergaten we wel een beetje de duistere kant van heel wat menselijk gestoei. Wie de woorden ‘make love’ intikt op Google is ineens weer mee met de tijd.
Neem nu de Canadees Christopher Paul Neil. In zijn thuisland begeleidde hij jonggelovigen op weg naar God, daarna trok hij als onderwijzer naar de andere kant van de wereld. Was het niet Sint Christopher die de kleine Jezus op zijn schouders zette om de stroom te doorwaden?
Hij leek een goed leraar, zo verklaren geschokte ouders nu aan journalisten, de kinderen hielden van hem. Helaas was die liefde wederzijds, foto’s die wereldwijd te zien waren op Internet getuigden van buitensporige liefde. Op datzelfde Internet toonde een moegetergde Interpol uiteindelijk Neils ware gelaat. Voor het eerst riep men de hulp van de hele wereldbevolking in. Met succes: hij werd al snel opgepakt in Thailand.
Ondanks alle cultuurverschillen bestaan er waarden die universeel lijken te zijn. Ook al wende men ginds aan enig sekstoerisme en ook al verdragen boeddhisten veel; dat men van de kinderen moet blijven, geldt overal. Kindermisbruikers staan in zowat alle gevangenissen het laagst in de pikorde en het Verdrag van de Rechten van het Kind is het meest geratificeerde mensenrechtenverdrag ter wereld.
Thailand ondertekende de tekst in 1992, net als het buurland Cambodja, een land dat jarenlang oorlog en Pol Pot achter de rug had. Dat Neil ook in dit land met schrijnende armoede en een zwakke wetgeving zijn slachtoffers zocht, is zo grenzeloos slecht dat het zelfs bij nieuwskijkers zonder filosofische aanleg diepzinnige vragen oproept: Hoe kan iemand zoiets doen?
Tja. Religieuzen schreven het goede in het verleden al eens makkelijkheidshalve aan god toe en het kwade aan de duivel, anderen legden het goede in de natuur en het kwade in alles wat onze natuur in de weg stond, of net andersom. Een hemel boven ons of het recht hier op aarde loste mogelijke verwarring wel verder op. De meeste theorieën blijven echter te eenduidig om het complexe menselijk gedrag te begrijpen. En men moet erkennen: noch een hemelse god, noch de aardse wetten, schrikten Neil blijkbaar af.
Een wolf in schaapskleren, zegt men dan maar. Een seksueel roofdier. Een beest. Maar geen enkel dier neemt het vliegtuig, filmt de copulatie en vermomt zichzelf. Het kwade hoort, net als het goede, wezenlijk bij de mens en zijn vrijheid.
Zo blijft het een relevante morele vraag, al klinkt ze wat stichtelijk en archaïsch: hoe richten we ons naar het goede en vermijden we het kwade in onszelf? Het is natuurlijk geruststellender om Neil van bij aanvang bij de beesten onder te brengen. Zo lijkt hij in niets op ons. En hoeven we helemaal niet te denken.