Mes excuses, chers photographes

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

Kijk.
Het is bijna avond nu. Een grijze hemel vouwt zich boven mij dicht terwijl ik door de straten loop. De bakker is niet ver. Maar tijdens dit onderweg word ik getroffen door de kleur van de wereld, beter nog, door het gebrek aan kleur. De huizen, de straatstenen, zelfs de paraplu’s: alles is grijs. Mijn stad lijkt een fraaie zwart-witfoto van Robert Doisneau. Ik zoek er woorden voor.
Toegegeven. Ik sakker al eens om de onoverbrugbare afstand tussen de wereld en de taal. Binnenshuis, samen met mijn man, want hij schrijft ook. Tja. Over het zoeken naar woorden, daar vinden we wel woorden voor. Maar als we buitenshuis met schrijvers samen zitten en de wijn ons loslippig maakt: Oh, hoe moeilijk het schrijversbestaan is en het gevecht met de woorden! We lijken wel oud-strijders. En we kloppen onze vrienden-fotografen - met meestal minder praatjes dan wij - op de schouders en merken hoogmoedig op: Oh, zo’n apparaatje die met één klik de werkelijkheid bij de slippen van haar mantel heeft, dat is makkelijk! Hoogmoed komt voor de val.
Deze zomer verbleven we in het Verre Oosten, mijn man zou voor de krant reiscolumns schrijven. Ik publiceerde toch soms over foto en film, bedacht de redactie, kon ik hen niet ter illustratie wat beeld bezorgen? Wat een inschattingsfout van hen. Hoe stom van mij om er op in te gaan.
Daar stond ik in het felle buitenlicht in een Aziatische stad. Het hielp weinig dat ik al eens een familiekiekje maak. ‘Zorg voor een straatbeeldje met wat stadsdrukte,’ had mijn man nog gezegd.
Het is nog lang geen spitsuur. Maar daar schuiven er al wolken voor de zon. De stad baadt in het lelijkste licht en mijn achtergrond wordt een banale grijze lucht. Moet ik de schaarse voorbijgangers die in mijn beeld lopen om toestemming vragen? Ze poseren vanaf ze mijn fotoapparaat zien, op de trottoirs is alle naturel al weg. Op de straat zou ik anders wel willen dat de auto’s voor mij zouden poseren, ze zoeven zo door mijn beeld dat ik ze maar half op de foto krijg. Hoe krijg ik trouwens diepte in mijn beeld?
Later op de foto staat het verkeer natuurlijk stil, terwijl ik nu zou willen dat het snelheid suggereert. Maar ook de rest van de werkelijkheid spartelde tegen: het drukke getoeter en de geur van uitlaatgassen zijn allicht niet te zien, maar wat doet die lelijke vuilnisbak daar achterin het beeld, stond die er dan wel? De foto is trouwens niet scherp. Intussen is het voor een nieuwe poging buiten te donker en de stad te kalm.
Oh, de eenvoud van het schrijven! Wat klagen wij, de vadsige goden, die vanuit onze stoel de werkelijkheid kunnen scheppen en herscheppen zoals het ons uitkomt.
Kijk. Het werd intussen ochtend. Een volmaakt blauwe lucht ontvouwt zich boven deze dag. Ik loop de kleurrijke drukte van mijn stad in.

Reageer