Abracadabra!
Neen, ik ben niet tegen reclame.
Ik durf het zelfs te verdedigen als het kleurige behangpapier van een te grijze wereld. Op haar best draagt publiciteit bij aan de schoonheid, de humor en betekenis in ons leven. Maar toegegeven, men maakt het te bont. Het is als met het verkeer. De automobiel is een prachtige uitvinding uit vorige eeuw maar een autoloze zondag doet inmiddels deugd. Zo droom ik al eens van een reclameloze zaterdag.
Neem het vorige weekend, dat had mooi geweest, de zondag zonder auto’s, de zaterdag zonder publiciteit. Afgelopen zaterdag was het echter ook de Dag van de Klant. Jaarlijks zeggen de Vlaamse en Brusselse ondernemers hun klanten één dag uitdrukkelijk bedankt. Daar kan men moeilijk tegen zijn. Hun televisiespotje was bovendien vermakelijk. Jacky, een cabaretier viste uit zijn moppentrommel voor ons een grapje op. ‘Wat is het? Het is wit en het staat in de hoek.’ Tata. ‘Een stoute ijskast.’ Hé, uw glimlach, daar gaan we voor.
De kleine ondernemers in mijn stad gingen er dan ook voor: bij de bakker kreeg ik een rode roos, als dat geen liefde is, bij de groenteman een europortefeuille, hij weet dat de muntjes ons nog moeilijk vallen, bij de slager ‘een ietsje meer’ vlees, dank u wel, dat is vriendelijk. Hun reclame lijkt meestal erg op elkaar en hun promoties zijn vaak ontroerend simpel: Vier pistolets, één gratis! Fruit en groenten, altijd vers! Vandaag: vijf beefstukken, één voor niets!
Maar liever de reclame van deze winkeliers, al sluipt er soms een taalfout in, dan de foutloze publiciteit van een megabedrijf zoals Coca-Cola die mij doet geloven dat ik na het drinken van hun drankje jong, begeerlijk en vol energie ben. Taste the coke-side of life! Always Coca-Cola! Hun zinnen worden door goedbetaalde reclamejongens bedacht, maar wat betekenen ze eigenlijk? En veel liever de beloftes van deze kleine handelaars, vaak witzwart met krijt op schoolbordjes geschreven, dan, neem nu, de dure kleurige chocoladewikkels van welk merk dan ook. Zij beloven me fluks een reep boordevol hazelnoten maar na het openen is die hoeveelheid gewoonlijk drastisch verminderd, no nuts, no glory. En bij wie te klagen?
Alles liever dan de publiciteit van de banken, dacht ik, toen ik op die feestelijke zaterdag ook bij hen langs ging. De enige gezichten die ik zag, waren die op de affiches achter het raam. Foto’s van blije mensen, zorgeloos in het gras bij de bouw van hun huis of glimlachend met de verfpotten midden een verbouwing. Kom nu. En of men het nodige geld hier gewoon kan komen ophalen, kinderen toveren het anders wel tevoorschijn. Abracadabra, une auto pour maman et l’iPod pour papa! Voor de brave klanten die dat dure geld dag in dag uit terugbetalen, lag er geen bloemetje klaar, niet eens een portefeuille. Het kantoor is ‘s zaterdags gesloten, ook op de Dag van de Klant.