Hertmans: een encore

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

Vandaag is de Standaard der Letteren de moeite. Een interview met Hertmans, een stuk over Van Vliet, en Luceberts kleine revolutie. De lezers die uitkeken naar de volgende aflevering van commercieel komkommerspul over citytriplit, strandlit en lalalaliteratuur (letterlijk, zo staat het er) worden ook niet teleurgesteld.

Dat Hertmans schrijft vanuit de kloof tussen zwijgen en toch schrijven, kon ik enkele jaren geleden al op een lezing over zijn Mind the gap en de figuur van Antigone vaststellen. In zijn nieuwste essaybundel schrijft hij erover, niet over zichzelf, maar over andere dichters, en met een sterk literair-historisch bewustzijn. Alles echter op het heden gericht, en helder geschreven. Zowel in interviews als in geschriften valt zijn bedachtzame visie op het vrouwelijke in de mens op. Zijn essaybundels zijn stuk voor stuk een verademing voor lezers en dichters / schrijvers die het populistische en commercieel gerichte cultuurgedrocht als beklemmend ervaren. Een citaat dat vormen van simplisme in denken over literatuur aanklaagt, uit het tweede essay (zijn boek ligt al in de boekhandels) :

‘We moeten ons onophoudelijk verzetten tegen simplistische kreten over de kunst en het leven – of die kreten nu komen van mensen die geloven dat werkelijkheid probleemloos in de literaire tekst bestaat, of van mensen die vinden dat de literaire tekst niets met de werkelijkheid te maken heeft, twee al even onverdraaglijke karikaturen. Het gekibbel tussen deze twee literaire scholen die menen lijnrecht tegenover elkaar te staan (de eerste noemt men de realistische, de tweede de autonomistische) is juist daarom zo absurd: schrijven maakt integraal deel uit van het menselijk leven en is dus nooit ‘levensvreemd’ of hoe die populistische verdachtmakingen ook mogen heten, het gaat altijd over een dialectische ervaring.’ (p. 39)

Voor de boekpresentatie: zie vorige posting

Reageer