GLS (II)
![]()
In de bibliotheekwereld is enkele dagen geleden het Open Library project van start gegaan onder auspiciën van Brewster Kahle van The Internet Archive. Ik heb waarlijk de indruk dat het een van de eerrste echte antwoorden van de sector is op de uitdagingen van web 2.0 De bedoeling is om uit te komen bij de grootste catalogus ter wereld, bij dé catalogus zeg maar. Elke speler - niet alleen de bibliotheken - die denkt wat bij te dragen te hebben, kan dat ook doen, en met een vanzelfsprekend web 2.0-gemak. Kijk even naar de formulering:
Open Library will have a graduated account system in which users automatically get an account by taking an action on the site, without having to explicitly register. In addition tot lots of traffic from Google, it will have a powerful search engine with faceting. It will support tags and user defined collections, and enable many different types of users who love books to communicate, share knowledge and work effectively together.
Het doet allemaal wat aan Wikipedia denken, maar dan specifiek voor catalogusinformatie in ruime zin. De openheid is alvast even krankzinnig, of het resultaat even spectaculair zal zijn valt nog af te wachten. Als iemand met een dubbele achtergrond (Bibliotheek & Informatie én Letteren) moet ik vaak aan de ene sector denken als ik met de andere bezig ben en omgekeerd. Dezelfde angsten, dezelfde uitdagingen, dezelfde hysterische verdedigingsreflexen, maar ook dezelfde enthousiastelingnen die iets proberen te doen aan een in sneltempo achterop gerakende sector (cru gesteld: de bibliotheken lopen leeg en niemand leest nog papieren literaire tijdschriften). Ik zou het er hier niet over hebben als ik gisteren dat VFL-dossier over literaire tijdschriften niet had gelezen. Op zich is een grote literaire site een fijn idee, maar ik heb niet de indruk dat de mensen die doorgaans met literaire tijdschriften bezig zijn klaar zijn voor een echt internetproject in de stijl van Open Library. Vaak heb ik het gevoel dat het wezen van web 2.0 - en internet in het algemeen - hen volkomen vreemd is, volgens mij hebben ze gewoon de pest aan hun lezers. Net zoals de cliché bibliothecaris heimelijk altijd de pest heeft aan de gebruikers. Die brengen maar wanorde, ze zetten boeken op de verkeerde plaats terug, ze maken lawaai en ze stellen domme vragen.
Dirk Leyman en Marc Reugebrink zijn - hoe verschillend hun aanpak ook - van bij de beste literaire bloggers. Hun blogs worden gevolgd en betekenen iets in de literaire internetwereld. Beiden zijn verbonden aan gesubsidieerde literaire tijdschriften (respectievelijk Deus ex Machina en Yang). De blogs die ze er op nahouden zijn echter volledig van die tijdschriften gescheiden, naar ik aanneem omdat zij op een bepaald moment hebben geoordeeld dat iets dergelijks niet gepast was binnen het kader van hun tijdschrift, ook niet binnen het kader van de website van dat tijdschrift. Op de site van Deus ex Machina is zelfs een weblog aanwezig, maar met een vijftal posts in meer dan een jaar loop je niet ver natuurlijk. Het heeft om welke reden dan ook niet mogen zijn. Maar, waar komt dat idee over “het kader van het tijdschrift” vandaan en waarom is het zo moeilijk om daarbuiten te gaan? “Maar het reglement is nu op maat van de papieren tijdschriften geschreven”, aldus Carlo Van Baelen, directeur van het VFL, in het eerder genoemde dossier. Een reglement is in al zijn prescriptiviteit altijd een bron van ideeën over wat een tijdschrift hoort te zijn, wat kan en wat niet. Zo werden websites gedurende lange tijd niet aangemoedigd, iets waar gelukkig verandering in komt. Maar de angst van de bladen hun subsidie gekort te zien, kan niet alleen de reden zijn waarom ze zo angstvallig binnen een zelfbedacht kader blijven.
Maar goed, of de droom van de grote literaire website de eerste vijf jaar haalbaar is, weet ik nog zo niet, al zou ik er wat mezelf betreft nog liever morgen dan overmorgen aan beginnen.