De droom van de GLS (grote literaire site)

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

vlaamsfonds.jpg

Vandaag het VFL Bulletin op de deurmat. Deze meestal wat saaierige publicatie van het Vlaams Fonds voor de Letteren opent voorwaar met een Dossier literaire tijdschriften waarin eindelijk eens een aantal behartenswaardige dingen worden gezegd over literaire tijdschriften. Er wordt gememoreerd dat er jaarlijks zowat 300.000 euro in twaalf literaire tijdschriften wordt gestopt:

Die subsidies gaan grotendeels op aan kosten voor papier, vormgeving, druk en distributie. Hooguit een kwart van de subsidie gaat naar honoraria, waarvoor het Vlaams Fonds van de Letteren (VFL) een bijdrage van 12 euro per gepubliceerde bladzijde voorziet. Sommige tijdschriften trekken die honoraria wat op, sommige kunnen enkele dagen per week een redactiesecretaris betalen, maar de meeste redactieleden werken meestal vrijwillig en onbezoldigd mee aan hun tijdschrift. Subsidieert het VFL dan niet voornamelijk drukkosten en verspreiding?

Een retorische vraag gezien geen van de knappe bollen (Albers, Buelens of Polis) die in dit artikel een duit in het zakje doen de moeite nemen om er een antwoord op te geven. De diagnose werd trouwens enkele jaren geleden als eens publiekelijk gesteld door Karl van den Broeck van Knack. Het is allemaal veel geld voor een bereik dat ver onder dat van een kleine website ligt en waren die tijdschriften nu niet net zo nuttig omdat ze op een indirecte manier de auteurs betoelaagden? Jammer.

Verder wordt er nogal wat gepraat over internet, maar zonder dat je het gevoel krijgt dat Albers, Buelens of Polis de ontwikkelingen van de laatste jaren echt beleefd of verteerd hebben. Je leest dingen als “het probleem met internet is dat alles kan” (Buelens). Hoezo probleem? Sinds wanneer is het een probleem dat alles kan? Enfin, ik kom er waarschijnlijk nog wel eens op terug.
Verder steekt het syndroom van de GLS (grote literaire site) de kop op. Daar waar internet eerst werd weggelachen wordt er nu plots gedroomd van “een grote professionele website, gesubsidieerd door de fondsen in Vlaanderen en Nederland” (Albers), “een site mét autoriteit” (Polis), “een internetsite die goed georganiseerd is, professioneel werkt en over een budget beschikt” (Buelens). Dit alles is natuurlijk schitterend, maar waarom al niet jaren geleden de handen uit de mouwen gestoken om - zonder al te veel budget - eens te kijken hoe dat nu werkt, zo een site op internet. Misschien zaten een aantal literaire tijdschriften vandaag dan niet opgescheept met mooi vormgegeven, maar gesloten dozen. Websites vervaardigd door grafici die alle regels van ontsluiting op internet aan hun laars lappen en zodoende ook geen rol van betekenis kunnen spelen op het web. Eén groot literair blad op papier heeft nooit iemand nodig gevonden, maar nu de koudwatervrees voor het net nog steeds niet helemaal overwonnen is, wordt de GLS uit de kast gehaald. Ik heb mijn twijfels. Nochtans zijn er heel wat mogelijkheden voor interessante samenwerkingen. Ook een goed idee: geef subsidies aan samenwerkingsprojecten, maar verbiedt samenwerkingen van alleen maar literaire tijdschriften.

[Dossier literaire tijdschriften, pdf]