Verhalen
Behalve voor tourliefhebbers is het volle komkommerseizoen nu in alle gezapigheid aan het jaarlijkse slakkengangetje begonnen. Liefst worden we nog met een beetje zon verblijd zodat de ramen open kunnen en de vertrouwde tour-tv-reportagegeluiden tussen de rijhuizen kunnen echoën. Wandelingetjes met mijn sloffende hond (een oude Schotse collie, ofte ‘een Lassie’ zoals elk kind haar noemt ) worden zo van gepaste commentaar voorzien: ‘nog 37 km voor de aankomst’, ‘demarreren zit er niet meer in’, ‘het peloton maakt een vermoeide indruk’.
Ondertussen lees ik net als andere redactieleden gestaag korte verhalen die voor de verhalenwedstrijd ingestuurd werden. Met enig enthousiasme ben ik eraan begonnen: verhalen lezen, leuk toch? Nja. Uw verhaal is natuurlijk een hoogvlieger, maar dat wist u al. Daarom ook heeft u het ingestuurd. De verhalen van uw collega-instuurders zijn echter niet allemaal pareltjes. Daar heeft u ook wel op gerekend, anders kan uw verhaal immers niet uitblinken. Wie u en uw collega’s zijn, weet ik niet. De verhalenlezende redactie krijgt geen namen te zien. Hoe dan ook, ik lees verhalen zoals ik nog nooit verhalen gelezen heb. Sommige zijn in deze komkommertijd welkome succulente literaire vruchten. Maar na andere is zelfs het slakkengangetje met mijn slofferige hond een verademing.