Omtrent digitale publicaties
![]()
Een tijdje geleden signaleerde ik hier dat het Vlaams Fonds voor de Letteren aangaf “beleid te ontwikkelen omtrent digitale publicaties” zoals dat heet. Omdat je met zo een zinnetje nooit goed weet of je een dooie mus in handen hebt of iets dat mogelijks nog vliegen kan, heb ik via mail wat verduidelijking gevraagd. Volgens Lara Rogiers, stafmedewerker van het fonds, gaat het wel degelijk om een lange termijnbeleid, waarbij meerdere adviescommissies betrokken zijn, maar het is nog vroeg dag, “de verschillende adviescommissies zijn bezig met visievorming”. En verder: “In het najaar zal de specifieke beleidsbepaling gebeuren, met een vertaling in budgetten en (nieuwe) regelingen.”
Ik neem aan dat de adviescommissie tijdschriften (huidige samenstelling Leen Boereboom, Elke Brems, Stijn Geudens, Alexander Roose, Sven Vitse) een van de commissies is die hierboven worden bedoeld.
Mijn vrijwillige & ongevraagde bijdrage? Verrassend misschien, maar voor literaire tijdschriften hoeft er volgens mij niet zo veel te gebeuren. De optie die in het verleden reeds is genomen om vooral de kwaliteit van het redactionele werk te honoreren moet gewoon consequent worden doorgetrokken, maar de “historische anomalie” - als ik dat zo mag zeggen - die subsidies bindt aan een aantal verkochte boekjes van papier, moet verdwijnen. De kwaliteit van het redactionele werk heeft op zich niks te maken met het kanaal waarmee dat werk wereldkundig wordt gemaakt. De redacties zouden zelf moeten kunnen beslissen hoeveel budget aan papier wordt besteed en hoeveel aan andere media. Ik ga ervan uit dat autonomie voor de redacties automatisch tot innovatie zal leiden, maar misschien is dat - gezien de matige dynamiek die de collega’s aan de dag leggen - wat te optimistisch als uitgangspunt. Hoe dan ook, zoals het er nu voor staat, met kanaal-indicatoren als gedrukte boekjes als drempel, wordt innovatie stelselmatig ontmoedigd. Dat euvel wegwerken lijkt me een minimumscenario, maar een VFL met visie zou verder mogen gaan en andere vormen van publiceren aanmoedigen. En dan niet bezwijken voor de verleiding om voor digitale publicaties opnieuw een resem kanaal-indicatoren op te zetten (pageviews, unieke bezoekers e.d.). Er zijn er massa’s te bedenken, even oninteressant en even weinig informatief als aantallen bedrukte boekjes. Nee, gewoon voluit blijven gaan voor een kwalitatieve beoordeling. Pas op, niet dat ik voor de site van De Brakke Hond - afgaande op de bezoekcijfers die Hugo Bousset citeerde voor de site van DW&B - niet vijftig keer zoveel subsidies zou willen binnenrijven als DW&B. Ik zou geen nee zeggen, maar het blijft een denkfout en ik zie echt niet hoe je een omvattend beleid zou kunnen voeren als je je blijft blindstaren op wat er in de distributiekanalen gebeurt.


