Mijn grootvader
Ik kwam dit gedicht van Frans Roggen tegen op de website van De Brakke Hond. Het verscheen lang geleden in De Brakke Hond nr 48 en bezorgde me dat vreemde gevoel van herkenning dat je krijgt wanneer woorden perfect samenvallen met de realiteit.
De grootvader uit dit gedicht van Frans Roggen, “Droom van een lang leven, “, is de mijne.
Droom van een lang leven
Hij begrijpt best wat men ‘m zegt, maar
hij antwoordt niet. Wordt negentig, volgend
jaar, als ‘t god belieft. Zijn woorden
zijn versleten. Moeder is niet thuis. De
hele dag ligt hij te blinken van vette
koteletten, van spoken in hoog koren van
borstjes uit een vorig leven. ’s Avonds
krijgt hij de kous diep over zijn kop.
Wordt negentig, volgend jaar als ‘t god
belieft. Zeg hem dat hij moet berusten.
Het is voorbij. Het zit erop. ’s Nachts
begint het grienen. Zijn woorden zijn verlaten.
Moeder is niet thuis. Waarom geeft
men hem niet iets? Er is een kruid gewassen
tegen schrik van veel te vroeg. Wordt
negentig, volgend jaar, als ‘t god belieft.
Er zijn pilletjes genoeg: tegen
bitterheid van brandend maagzuur, tegen
schaamte voor veel te dronken. Hij trekt
zijn muts wat dieper. Hij heeft de wanhoop
aan de lijn. Het einde heeft een hoop gezichten,
mag het niet wat minder zijn.



May 16th, 2007 at 11:53 am
mooi. merci voor de tip.