Fietsfetisj
Een vriendin van mij heeft een fietsfetisj. Mannen op fietsen, Tine kan er niet normaal naar kijken. Ze deelt ze automatisch in in categorieën:
A. Fietsers bij wie ze het liefst wild op de bagagedrager zou springen, haar nagels in hun zij planten en luidkeels de namen schreeuwen van de straten waar ze naar toe wil gereden worden.
B. Mannen bij wie ze voorzichtig zou willen achterop klimmen, bijna gewichtloos. Degenen met wie ze zwijgend de stad zou willen doorkruisen. Zo stil dat het niet eens duidelijk is of ze haar aanwezigheid wel opmerken.
C. Kerels van wie ze de fiets zelf zou willen zijn. Hun volle gewicht op haar frame. En dan gedachteloos verplaatst worden van hier naar eender waar, door hen alleen.
D. Venten met wie ze A noch B, noch C wil. In geen lichtjaren.
Eén fietser in het bijzonder trekt nog meer haar aandacht dan alle anderen. Een man die elke ochtend zijn gammele Oxford-fiets vastmaakt in de stalling van het station waar zij allebei de trein nemen. Zo intrigerend vindt ze hem, dat ze het niet kan laten om, alvorens ze naar haar perron loopt, even in zijn fietszakken te gluren. Ze zitten altijd vol rommel. Soms zit er een natte krant in en een pakje centwafels. Dan weer een leeg blikje Sprite, een aansteker, blauwe wanten.
Op een namiddag staat Tine op mijn stoep met een appel die ze uit de fietszak van die man heeft genomen. Een half verschrompelde jonagold.
‘Nu begin je er ook al dingen uit te halen,’ zeg ik met geveinsde verontwaardiging. ‘Dat gaat toch te ver, vind je nu zelf niet?’
Tine plant haar tanden in de appel, neemt er een hap uit. ‘Als ik hem er niet had uitgehaald was hij eruit gevallen. Er zit een gat in zijn fietszak. Echt vreselijk, zo’n prachtvent op zo’n krot van een fiets. Die bel staat scheef, dat zadel is helemaal afgebladderd. Een schande.’
‘Koop een nieuw zadel en vijs het ’s morgens op zijn fiets nadat hij zijn trein genomen heeft,’ zeg ik lachend, maar zij kijkt mij plots doodernstig aan.
‘Ja,’ zegt ze ‘Dan komt hij ’s avonds van zijn werk en ziet hij plots zo’n zacht, gestroomlijnd zadel op dat krot staan.’
‘Zo’n dingen doen mensen enkel voor elkaar in films,’ zeg ik. Maar zij raast maar door, lijkt mij niet te horen,
‘En een paar dagen later zet ik een nieuwe fietsbel op zijn stuur. En daarna vervang ik zijn spatborden. Om de zoveel dagen doe ik iets, tot zijn hele fiets is omgebouwd!’
‘Nee,’ onderbreek ik haar. ‘Dat is té. Dat is beangstigend.’
‘Je hebt gelijk,’ zegt zij, weer een stuk jonagold naar binnen smakkend. ‘Appels! Dat is het! Ik stop morgen appels in zijn fietszakken. Van die rode glanzende. Die twee zakken propvol.’
‘Ook behoorlijk freaky,’ zeg ik. ‘Eén appel misschien, maar toch niet meer dan dat.’
‘Eén appel merkt hij niet eens op.’ Tine zucht.
‘Nee,’ gaat ze alweer verder. ‘Eigenlijk zou ik willen dat iemand eens zoiets waanzinnings voor mij doet. Hoe groot is die kans denk je? Dat een man ooit zoiets fantastisch onderneemt voor mij?’
‘Weet ik niet,’ zeg ik.
‘Totaal uitgesloten of onwaarschijnlijk maar mogelijk?’ Tines blik eist een antwoord.
‘Onwaarschijnlijk maar mogelijk,’ lieg ik. Ik ruk het restje appel uit haar hand en stop het in mijn mond. Het smaakt bedorven, vezelig, zoals verwacht.
‘Mogelijk is hoopvol,’ zegt zij. ‘Mogelijk is goed genoeg.’
Tine zou een cursus moeten zijn waar iedereen gratis voor kan inschrijven. ‘Zelfbedrog voor gevorderden.’
Ruth Lasters



October 14th, 2007 at 7:43 pm
Wat Dame Lasters schrijft kan erdoor
maar
Laat haar NIET voorlezen want haar uitspraak is een ramp….
You can’t have it all, babe
April 16th, 2008 at 6:45 pm
Je laat mensen weer dromen en je brengt ze op ideeën
May 1st, 2008 at 11:40 am
Zeer mooi geschreven. Doe zo voort.
January 12th, 2009 at 3:48 pm
En tine las en zag dat het goed was!