Het Kostwinder mysterie

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

In een humoristisch artikel over informatietheorie en entropie (dat kán echt) heb ik ooit eens gelezen dat alle electronische geheugens die ons omringen (pda, outlook, maar ook onze talrijke - slecht georganiseerde - harde en zachte schijven) alleen maar dienen om chaos uit te besteden aan randappartuur. Een strijd tegen de entropie van het dagelijks bestaan noopt ons tot een vloot geheugenvervangende maatregelen (wie onthoudt verjaardagen nog eigenhandig?). Dat we daarmee een afhankelijkheid creëren met een eigen problematiek is genoegzaam bekend. Ons geheugen opereert immers tot op zekere hoogte zelfstandig zoals ik onlangs nog mocht meemaken.

De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.
(Kon ik me nu maar herinneren van wie dat citaat ook alweer is!)

In een blogpost op De Contrabas las ik dat Koen Sonck in De Brakke Hond een in memoriam had gepubliceerd toen Jan Kostwinder kwam te overlijden. Ik kon me daar niets van herinneren dus zocht ik het op in de database van de website (die ik zelf onderhoud): niets. Mogelijks had ik per vergissing niet het ganse nummer online gezet? Nog een ander geheugen geraadpleegd: BLTVN. Geen Koen Sonck te bekennen. Met databases kan altijd wat fout gaan (maar in twee verschillende electronische geheugens dezelfde fout?), maar het papier is een soort van fossiel, dat verandert nooit meer. Dus toch maar de papieren boekjes erbij gehaald. Niets. De geheugens van verschillende redactieleden en ex-redactieleden gepeild: reacties varieerden van “zegt me wel iets” tot “nooit gezien”. Onze redactiesecretaris had geen schriftelijke correspondentie in het archief. De auteur gebeld. Die was zeker dat het stuk bij ons was verschenen, maar hij had het wel nooit gezien en bewijsexemplaren had hij ook niet gekregen. Hij wist niet meer wie in de redactie contact met hem had gehad. Sonck had geen mails uit die tijd meer nadat hij van mailprovider was veranderd, zelfs de tekst had hij niet meer (terminale computer zonder backup). Al die falende Sonck-geheugens verlichtten enigszins de voor mij vernederende situatie een auteur om uitleg te moeten vragen. Uiteraard had ik me intussen suf gegoogeld, want zo goed als alle inhoud van de DBH site is vlotjes terug te vinden via de wereldwijde chaosbestrijders van Google. En ik had het intussen ook gevraagd aan de auteurs van het stuk (Chrétien Breukers en Hein Aalders). Breukers had geen referentie, maar Aalders die zou het weten. En inderdaad kwam Hein Aalders, die enige weken afwezig was geweest, uiteindelijk met een printje te voorschijn waarop een url: www.brakkehond.be/72/sonck1 En toen zag ik het, en verdomd, het stuk stond er gewoon nog steeds, op mijn eigen website - waar het dus alleen via mij terecht had kunnen komen - vrolijk te suffen en zich te onttrekken aan het geheugen der mensheid (behalve dat van Aalders dan). Ooit gepubliceerd buiten het papieren boekje om en nooit ingebracht in de database van de website, was het tussen de plooien gevallen. Het was ooit maar met één enkele link verbonden geweest met de site, maar blijkbaar nooit gespidered, want nadat de link met de homepage was verbroken was het niet meer bereikbaar (tenzij je wist waar het stond), terwijl het toch gewoon op de server was blijven bestaan, een stil weesbestand. Daar stond ik dan met al mijn praatjes over de eeuwigheid van het internet, en hoe toepasselijk dat het om een in memoriam ging.