Van gouden en andere doerians
![]()
De Gouden Doerian is een van die prijzen die - net als de slechte seksprijs - een beroep doen op onze nobelste karaktertrekken. De prijs wordt uitgereikt voor de “slechtste literaire roman of verhalenbundel van het jaar”. En verder voorziet het reglement erin dat:
Doerianwinnaars die hun prijs niet persoonlijk komen ophalen geven daarmee aan af te zien van hun rechten, en kunnen later geen aanspraak maken op de prijs. Het niet geclaimde geld wordt, na aftrek van kosten, opgeteld bij de prijs voor de winnaar van het volgend jaar.”
Op dit moment bedraagt de geldprijs €133,75, maar het is mij althans niet onmiddelljk duidelijk hoeveel jaar ongeclaimd prijzengeld daarin zit.
En dan zeggen dat de doerian toch wel wat ruimte laat voor ambiguïteit, want al naargelang je gesprekspartner zal de doerian worden opgehemeld als het lekkerste fruit op aard dan wel met veel misbaar worden afgeschilderd als rioolgeurende rottenis. De doerian is lang een soort droomfruit geweest dat ik alleen kende uit Het Maleise eilandenrijk (The Malay Archipelago), het reisverslag van Alfred Russel Wallace die gelijktijdig met Darwin het concept van de evolutietheorie bedacht. Wallace was niet alleen het prototype van de Britse naturalist uit die tijd, hij was ook geograaf, antropoloog, entomoloog, bioloog en bedenker van de biogeografie. En alsof dat allemaal nog niet volstaat, was Wallace ook nog een begenadigd schrijver en omdat we het nu toch over doerians hebben moeten, wil ik hem graag ook even citeren:
Als je een doerian mee naar binnen neemt, is de stank vaak zo weerzinwekkend dat sommige mensen het niet over hun hart kunnen krijgen om hem te proeven. Dit overkwam mij ook toen ik er in Malakka kennis mee maakte, maar op Borneo vond ik een rijpe vrucht op de grond en nadat ik hem in het veld had opgegeten, was ik meteen voorgoed tot de doerian bekeerd.
Bij het beschrijven van de smaak van de doerian laat Wallace, gewoonlijk wat aan de droge kant, zich verleiden tot een dichterlijk vat vol tegenstrijdigheden:
Het vruchtvlees is het is het eetbare deel, en de consistentie en smaak zijn onbeschrijflijk. Machtige boterachtige custardvla, op smaak gebracht met amandelen, is nog de beste beschrijving, maar dan bijgemengd met wat vleugjes van smaken die doen denken aan roomkaas, uiensoep, brown sherry en andere overnenigbare zaken. Bovendien bezit het vrucht vlees een rijke kleverige zachtheid die je nergens anders aantreft, maar die bijdraagt een de delicaatheid ervan. De vrucht is niet zuur en niet zoet, en evenmin sappig, en toch mis je geen van deze eigenschappen, want hij is volmaakt zoals hij is. Hij veroorzaakt geen misselijkheid of andere nadelige bijwerkingen en hoe meer men ervan eet, hoe minder men geneigd is ermee op te houden. Doerians eten is in feite een geheel nieuwe ervaring, een reis naar de Oost om die ervaring rijker te worden waardig.
Voor mij volstond dit om naar een echte doerian op zoek te gaan: een geheel nieuwe ervaring, zonder overdrijving. Enfin, met dat alles wil ik natuurlijk niet suggereren dat het fruit interessanter is dan de prijs, maar toch, als je de kans krijgt …



March 7th, 2007 at 8:38 am
Iemand moest inderdaad die vrucht proeven. Leuke zijsprong.
March 7th, 2007 at 1:45 pm
Je kan doerians kopen bij Sun Wah (http://www.rolic.be/sunwah/, bijvoorbeeld in Antwerpen kort bij de Permeke bibliotheek) als je het eens wil uitproberen. Ik vind ze zelf het lekkerst zo uit de bolster, maar met ijs is ook lekker. En ze stinken effectief en daar kan je maar beter rekening mee houden als je met de trein naar huis moet.