De 48-jarige tijdschriftenlezer
![]()
Nog onlangs hadden we de 51-jarige dichter van Reynebeau en sinds de tijdschriftenenquête van het VFL hebben we de 48-jarige tijdschriftenlezer. Het lijkt wel of hij zo te voorschijn stappen zal, deze geheimzinnige man, dichtend of tijdschriften lezend, de rand van de hoed aantikkend en daar stapt hij alweer verder.
Wat zo een kopje moet oproepen is het eenvoudige (maar verkeerde) idee dat het grootste deel der Vlaamse dichters om en bij de 51 jaar oud is. Het is met andere woorden één bende ouder wordende zielepoten, zeurende penopauzerende poëten. Jammer, voor ons dagelijks vod, maar meestal klopt daar dus niks van, maar je staat er toch elke keer weer van te kijken hoeveel mensen erin tuinen. Behalve een gemiddelde zou je een mediaan willen zien, en een spreiding. Het gemiddelde is immers het meest banale wat je over een groep gegevens kan meedelen, de opwinding die de krantjes daar uit menen te mogen peuren stoelt op eigen domheid, of op de wens een slagje te slaan uit de domheid van de medemens (de rechtse gazetten), of op een oprechte wens de “zaken niet te ingewikkeld te willen maken voor de lezers” (de linkse gazetten). Maar net omdat het gemiddelde, het gemiddelde is, en dus de ganse groep impliceert, is het zo’n weinig geschikt cijfer om de overstap te maken naar de “typische tijdschiftenlezer”, de “doorsnee Vlaamse dichter” etc. Er hoeft niet eens één dichter van 51 in het sample te zitten. Maar ja, als je in de titel van je stukje zou moeten zeggen dat “het rekenkundig gemiddelde van alle leeftijden van Vlaamse dichters in dit sample 51 jaar is”, wie wil het dan nog lezen?
Soit, liever worden we misleid door het sensationele, dat is ook zoveel leuker dan uit onze eigen doppen kijken of onze eigen hersens gebruiken. Een mens wordt zo moe van nadenken en het is duidelijk dat onze hersens daar niet voor gemaakt zijn. Maar hoe zat het dan met die 48-jarige tijdschriftenlezer uit de lezersenquête?
| Leeftijd | Aandeel |
| - 25 jaar | 4.7% |
| 25-34 jaar | 13.4% |
| 35-49 jaar | 29.8% |
| 50-59 jaar | 24.4% |
| +60 jaar | 25.2% |
Wat vooral opvalt in deze verdeling is dat de eerste twee leeftijdsgroepen zo weinig leden hebben. Dat kan natuurlijk zijn omdat er in deze groep weinig lieden te vinden zijn die zich verwaardigden een enquête in te vullen, maar waarschijnlijker is toch dat die leeftijdsgroepen eenvoudigweg veel minder literaire tijdschriften lezen … op papier dan toch. Als ik een papieren blad had zou ik me daar zorgen over maken. Maar goed, dat heb ik niet, ik heb alleen maar een website van een papieren blad, en daar hebben we aan lezers vooralsnog geen gebrek. Integendeel. Maar vraag me niet naar de leeftijd van deze zwerm. Zijn het de gevreesde literaire senioren met hun klapperende kunstgebitten, hun zinloze geneuzel en hun Alzheimerpoëzie?


