Poet & The Roots
![]()
(beeld:Peter-Joel Witkin)
Serendipitiet is een woord geweven uit Perzisch tapijt. Vliegend. Het anonieme sprookje. The Travels and Adventures of Three Princes of Sarendip. Parel van de Farsi-cultuur…. Zo gaat dat… Men vertrekt… Gaat op onderzoek uit… Je oog valt op iets dat je niet zocht. Je slaat een woordenboek open, een naslagwerk. Zwervend langs de information highway. Een onbekend of alweer vergeten begrip of perspectief, en vertrokken ben je. Grasduinen, meanderen, afdwalen, omzwerven. Afdalen of opgaan in een spiraal van toevallige, associatieve ontdekkingen. Door toeval en scherpzinnigheid veel verrassende ontdekkingen doen. Je loopt op straat en de mensen zien dat niet als je gedichtjes schrijft. Dat je bokst wel. Je lichaam was een lijvig boek, je oeuvre flinterdun, pornografisch, scabreus en dadaïstisch. Elke zin was een slag in de smoel van de goede smaak. Elke syllabe een uppercut - al doet dat laatse mij eerder denken aan het betreden van louche etablissementen.
Vooral de agressie trok me bij je aan, Arthur. Ik ben al mijn hele leven gebiologeerd door destructie als scheppend principe. Een thema dat ik terugvond in het werk van Danny Devos. Met Anne-Mie Van Kerckhoven vormde hij Club Moral. Men vond elkaar in Force Mental, tijdschrift voor exstremen. Hierover kan ik nog uren doorgaan. Jouw naam las ik voor het eerst in “De Laatste Deur” van Jeroen Brouwers - Ik hield van het verbale geweld in “Het verzonkene”en in “Bezonken rood”. Was psychologsch bevrijdend. En dan zijn er nog al die figuren die ik door jou, Arthur, leerde kennen. Het is nooit anders geweest. Literatuur heeft geen epicentrum…
Bij Brouwers las ik je naam in “Zelfmoord plegen” een gedicht van Frank de Crits. Een opsomming van schrijvers en hun zelfmoord. Vooral het slotvers is mij bijgebleven: het zijn alleen maar bladluizen die overblijven.
Extreme gevoelens, gekoppeld aan metrische elementen zoals te horen op “Dread Beat An’ Blood” van de reggae dichter Linton Kwesi Johnson. We schreven 1978, de wereld was nog een onbeschreven blad, Arthur. En in 1980 blies The Pop Group de pannen van het dak met “For How Much Longer Do We Tolerate Mass Murder?” Hier hoorde ik voor het eerst de legendarische The Last Poets, rappers van het eerste uur, Children of the Revolution.. Voor de munitie voor al mijn verbale boksmatchen…
Een lachtertje, Arthur. Een mooie klap gaf dat die luchtbellen, kauwgumballen. Het kapitalisme.com van InterNep. Als de literatuurbijlagen van gerenomeerde kranten gereduceerd worden tot grote foto’s met summiere artikels over ditjes & datjes (over chicklit) dan zoeken de kritiek, het debat, of de simpele informatieverstrekking over het reilen en zeilen in de wereld van de schone letteren, andere oorden op. De literatuur werd samizdat, Tuur, is uitgeweken naar het internet, de zelfkant van de Schone Letteren. In berm van de Informatie Highway groeit het nieuwe onkruid.
Jij wou zoals altijd het onmogelijke. Poëzie destilleren uit het leven. Een alchemist was je, Arthur. Slangenmens van de Wereldliteratuur, een zwaargewicht. Jij wou zoals Christus – een Palestijns dadaïst- water omzette in wijn, wou jij poëzie omzetten in bloed. Bloedstollend mooi.
de poësie een prosopoème: dichter en boxer. Uit het eenvoudigste papier plooide je de de ingewikkeldste origami.



January 24th, 2007 at 6:48 am
Zijn het echt alleen maar bladluizen die overblijven?
Ik dacht de vlooien ook.