Ghost Dog: The Way Of The Samurai
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Kessel-Lo, 17 januari 2007.
Beste Arthur, cher compagnon d’enfer,
Zoals je in je brief van 27 september 1916 schreef… Je had er net weer een gevecht opzitten. Tegen Frank Hoche. Die sloeg je tot haché, jij , mijn hasjiesjien. Een boom van een kerel, die jij moeiteloos op punten hebt verslagen… Hoe langer hoe meer voelde je je een onbeschreven blad en boordevol hartstocht. Ik begrijp dat. In je eentje slaagde je erin geschiedenis te maken, Arthur. Jij was het rijmende paard, overal waar je hoefslagen de aarde beroerd hadden, ontsproten de verhalen over jou. Wonderlijk is dat, een beetje zoals die ouwe Chinese dichter, mogelijk ook een bokser die drinken op zijn paard reed - “doordraven” past hier waarschijnlijk beter. De dronken Chinees schreef gedichten aan de lopende band. Achter man en paard holde een dienaar aan, om de gedichten op te rapen die de dronkelap achter zich gooide.
Tussen april 1912 en april 1915 gaf je vijf nummers uit van “Maintenant”. Periodiciteit van een jaarboek. Elk nummer zorgde ook voor de nodige rel. Het duurde ook ongeveer zo lang tot alle plooien glad gestreken waren. Onder allerlei schuilnamen schreef je het vol. De naam Arthur Cravan, je boksersnaam. Dan had je ook FALl. De initialen van Fabian Avenarius Lloyd. De twee laatste letters zijn de kapitale “L” en de kleine “l”, zo simpel is dat.
Alles zelf doen, Arthur, 100% D.I.Y. De achttiende-eeuwse vuil- en veelschrijver Rétif de la Bretonne had zijn eigen drukpers. Hij zette zijn teksten terwijl hij ze bedacht -zoals ik hier rechtstreeks schrijf op de elektrische laagspanning van deze blog. Van Ostaijen gaf zijn bundels in eigen beheer uit. Virginia Woolf, T.S. Eliot, Joyce, Ezra Pound, Dylan Thomas… Geen van deze probleemjongeren zou ooit aan de (letter)bak gekomen zijn als ze het niet zelf hadden gedaan. Kafka bij voorbeeld… Ik spreek over Franz, bedoel ik… Die publiceerde van zijn hele leven quasi geen fuck… En kwààd dat die ouders waren!… Jij stond zelfs op een kruiwagen, buiten bij de renbanen, om je tijdschrift te verkopen.
Ik, Arthur, heb een tijd mijn eigen blad gehad. Brain Drain Diskmagazine, heette het. Ik was zo vermetel op al mijn tekstmateriaal elentriek te zetten. Het grote Wonder van den Elentrieken Tijd! Het bestond even lang als jouw tijdschrift. Ik schreef het vol, elk nummer bevatte honderden bladzijden. Ik verzon de vreemdste pseudoniemen: Herman Brusselmans, Rudi Laermans, Tom Lanoye.. Ik zeg maar wat… Ik hield het net zo lang uit als jij: vijf nummers. Ook de verspreiding verzorgde ik zelf. De gespecialiseerde sector had veel belangstelling voor mijn verkoopstechnieken. ´s Avonds laat zette ik mij in een donkere steeg. En lag op de loer tot een nieuw gaatje in de markt zich aandiende. Al wie voorbij waggelde deed ik dan een voorstel. An offer they can´t refuse.
Soit, we zijn aan ‘t stoefen, Arthur. Tijd om er mee op te houden Het is maar beter dat ik ermee ophoud. Voor vandaag. Morgen, same time, same place,
Uw Didi de Paris
(voormalig directeur van Brain Drain Diskmagazine)