Verwacht: ‘Hoe gezond is de Vlaamse poëzie?’

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

Gelezen in een vooruitblik naar de krantenkoppen van volgende week trof ik in verband met gedichtendag een kop voor de Standaard der Letteren van deze week vrijdag: ‘Hoe gezond is de Vlaamse poëzie?’

Een hapsnap google levert bij de vraag hoe gezond iets is, naast allerlei fastfood ook onverteerbare ietsen op: hoe gezond is Irak, hoe gezond zijn uw servers, hoe gezond zijn uw financies, hoe gezond is uw intellectueel kapitaal, hoe gezond is onze school, hoe gezond is uw huis, hoe gezond is de mondialisering, hoe gezond is jouw lach, hoe gezond is de psychiatrie? Maar, hoe gezond is de poëzie, laat staan, hoe gezond is de Vlaamse poëzie, nee dat blijkt nog niet uit de buikholte van het googliaans monster oprispbaar. Het betreft hier dus een primeur waarbij vergeleken de nouveau Beaujolais verbleekt tot azijn.

Nu vrees ik na zo’n titel in afwachting van het stuk wel het ergste voor de Vlaamse poëzie. U ziet van hier dat een dergelijke titel met al die onverteerbare connotaties zoals verzameld in bovenstaand vraagsamenraapsel tot een fluks stuk over een van gezondheid blakerende Vlaamse poëzie zal leiden. Het zal wel weer lijden worden. Tenzij het zo gezond gesteld is met Irak, uw servers, uw financies, uw intellectueel kapitaal en o onschuld der onschulden, jouw lach. Dichters uit Vlaanderen, beter daarom alsnog uw leven tegen vrijdag en laat u in uw omgeving uit voorzorg tegen het komende onheil van het zwaar betitelde stuk kennen zoals u werkelijk bent: zo gezond als een - even denken, geen vis want te veel zware metalen, geen vlees want, enfin, wellicht noch vis noch vlees, maar ha, natuurlijk, sober en gezond: volkorenbrood van bij de warme bakker. Jip.

Beheers dus uw vette verzen, denk eraan dat ritme en beweging op tijd en stond de roest uit uw leden haalt, blaas eens en voor altijd de rook uit het wit tussen uw strofen, en doe toch niet zo voorspelbaar halfleeg halfvol filosofisch met een fles. Wat gaan onze frisbriezige  Noorderburen daarvan vinden, en lopen zij niet altijd al stoer op kop met hun broodjes gezond en hun fikse glazen melk?

Welaan dan, o Vlaamse dichter, denk misschien ook eens verder dan uw Vlaamsigheid groot is, en benoem u nog voor vrijdag (eventueel tot net na vrijdag) tot Nederlands dichter, in de zin van schrijvend in het Nederlands. Als u vreest voor annexatie met de frisbriezigen, zoek dan uw toevlucht tot de term Nederlandstalig dichter. U laat daarmee vermoeden dat men van u ook had kunnen denken dat u Franstalig, of een om-het-even-welktalig dichter geweest had kunnen zijn. Met een vlekkeloos Nederlandstalig accent wel te verstaan. U ruilt op deze manier bovenstaande ongezonde mythische dichtersmanieren in tegen een compleet onschadelijk vleugje enigma. Of ook nog, u zou uzelf tot Nederlands-Belgisch dichter kunnen uitroepen. Le comble! Tenslotte zijn onze Waalse broeders nog maar pas hersteld van een overdosis non-fictie op hun beeldbuis. En zolang het poëtisch-absurdistische woord ‘Belgisch’ bestaat, is het goed het af en toe te bezigen. Het wordt anders vast een woord uit een minoriteitengroep van woorden, en wat anders zijn dichters dan hoeders van de taal? Haar schapen, ja dat zou ook kunnen, maar verjaagt u nu toch eens die toxische dampen van cynische hypochondrie. Gebruikt het dus, dat woord ‘Belgisch’, zelfs als de driekleur van het woord de lading van de betekenis niet dekt, al vervluchtigt het prinsperikelmonarchietje als gasbubbels uit een glas spuitwater, maar vooral als een al te grote Vlomsigheid de gedachten en de taal dreigt te bedompen, bestolpen en verstoffen. Lang leve de frisbriezigen! Lang leve de Walen, de Vlamingen, de Belgen! Lang leve hun aller poëzie!