55 Days @ Peking
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
De mens, die goeie ouwe hormonendoos… Tragi-komisch! Buiten het nu en dan beroeren van een flamoes rest ons slechts de blues. Je struint door de straat. Dat je schrijft dat ziet geen een. Dat je bokst, zien ze allen, meteen. Dan nog zijn er die proberen de schrijver voetje te lichten. Vuile truuks gebruiken zij…
Op 15 september ll. ontving ik van Het Instituut ter Bevordering van de Veelschrijverij (INBEV) een officiëel schrijven waarin mij met zachte woorden duidelijk gemaakt werd dat ik geen schrijver meer ben. Een hele opluchting is dat. Kon´k hun ongelijk geven? De laatste tien jaar heb ik toch geen fuck meer uitgevoerd. Laat staan dat ik de tijd had een boekie meer in mekaar te draaien, Arthur. De bomen zullen me er dankbaar voor zijn. En jij? Ook al in tijden geen boekje meer uit? En al die andere jongens? Thomas Mann? James Joyce? Ernest Claes? Wellicht vergeet ik er nog een paar. Maar het is al een tijd stil rond hen. Da´s nu twintig jaar dat ik naar de boekenbeurs ga. Niks nieuws van die knakkerds te bespeuren. Zou er iets schelen?
Net zoals de ware filosoof hoop ik uit de grond van mijn hart dat ik ongelijk heb, Arthur, maar ik heb er zo een vaag donkerbruin vermoeden van dat die InBeV een tewerkstellingsproject is voor lieden met een zware visuele handicap. Niemand van hen die ziet wat er allemaal van mij verschijnt. Top-10 aan me hoela, bro’. Ze hebben niet eens elektriciteit. Anders zaten ze nu al lang hier samen met ons te keuvelen op dat wereldwijdse net. Voortaan publiceer ik nog alleen in braille, en in de koopjesperiode krijgen ze er nog een gebarengids bij. Ik steek het bij een of andere krant. Die kunnen ze dan gebruiken als inpakpapier.
Geen schrijver meer! Van de wederomstuit veranderde ik ter plekke in een christene. Mijn hardnekkigste verslaving is schrijven. Mijn ergste zenuwtrek dat is schrijven… Inkt zweet ik. Met heroïne heb je nog nu en dan een rustpauze. Maar schrijverij… Het is een ernstige afwijking. Nooit meer schrijven! Dat is mijn vurigste wens. Mijn ouders, mijn vrouwen, mijn kinderen, iedereen zou blij zijn. De stedelijke overheid. Ik zou het plaatselijke sportstadium moeten huren. Een mega feest geven. Ik werd onmiddellijk boekhouder, of deurwaarder, of politieagent.
Schrijvers zouden een voorbeeld moeten nemen aan boksers, Arthur. Jij hebt dat goed gezien. Boksers. soms slaan die goed door. Ze klitten samen. De poppetjes gaan aan het dansen. Ze keren zich tegen de meesters en de slaven. Zoals die ene keer in China, rond 1900. Ze richtten een geheim genootschap op, de Vereniging van Knuisten en Vuisten, de Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid, allemaal lieden die in waren voor het betere timmerwerk. Onverdraagzame lui.