Un Peu de l´Ame des Bandits
![]()
Altijd ontsnappen, Arthur, dat is de kunst, overleven diep in het slijk van het slagveld, of nog beter wegduiken in het slijk der aarde. Mensen ontsnappen altijd op de verkeerde manier. Ze duiken weg in een boek, verdwijnen in een filmzaal. Likken aan postzegels. Verliezen zich in de massa. Een popconcert. Een sportmanifestatie. Wat had ik een hekel aan mensen die er alles aan deden om mee op de foto te komen met de winnende renners, in kermiskoersen of de grote wedstrijden. Nog rol ik schuimbekkend over het tapijt als ik daaraan terug denk, bloed geef ik op. Gal spuug ik. Arthur, ik zeg het u uit de grond van mijn hart. Ik heb een hekel aan afgetrainde lijven, ze stinken, Arthur. De meeste sporten zijn kouwe kak. Sommige zijn leuk, maar dan in combinatie met drugs, alcohol, of medicijnen. Bobsleeën bvb. wordt pas genietbaar als men een bepaald promille in zijn bloed heeft. Zo is het ook met kleiduifschieten. Ik gebruik er mijn vlammenwerper voor. Kegelen doe ik met een granaat. Biljarten, snooker, een excuus om uit zuipen te gaan, - kan je net zo goed schrijver worden. Paardrijden - alleen voor de vossenjacht. Vechtsporten zijn leuk… Al mijn hobbies zijn nauwelijks legaal. Ik ben atletisch gebouwd. Men houdt mij moeiteloos voor een reïncarnatie van Johnny Weissmüller. Je zou mij onmiddellijk engageren als bodyguard, Arthur. Ik heb een schitterende carrière achter de rug als buitenwipper en security agent. Van mijn hobby mijn beroep maken. Vechten vind ik leuk. Ik hou van vechters. Niet van die zeikerdjes waarmee men de literatuur plaveit. Gasten met een karuur om te rock´n´rollen in een colafles. Een gekloven lip, een gebarsten wenkbrauw, een uitgespuugde tand. Allemaal mooier en boeiender dan een sonnet, een haiku, een rondeel, weet ik veel…. Ik heb een hekel aan die tennistrutten. Weet ik ergens een wielerkoers passeren, kan je er donder op zeggen dat er punaises gegooid worden, Arthur. Ik heb een hekel aan lopen. Ook aan joggers. Zitten ze daar midden in de stad al die smurrie uit en in te ademen. Eén enkele keer - iedereen heeft wel eens moment van zwakte - laat ik mij boeien door voetbal. De enige ploeg die mij ooit kon intereseren waren de dadaïsten die in de nadagen van WO I door de straten van Berlijn trokken. De kogels vlogen hen om de oren. Jedermann Sein Eigener Fussball, was hun eis. Dat noem ik nog eens een sportmanifestatie… Ook leuk is die rally Paris-Dakar. Ieder jaar opnieuw doden. Uit de compilatie van al de edities zouden ze al een respectabele snuff-movie kunnen maken… En boksen. De enige sport waar ik respect voor heb. Je te jure, mec! Mep mep mep! De enige taal die internationaal is. Esperanto tegen hun bek. Poëzie de mens op het lijf geschreven. Geen misverstanden mogelijk, geen ondertiteling nodig. Kijk eens naar mijn voetenspel. Krak, boem, neusbeen, paukenslag! Dansen, zweten, touwtje springen. De bokser is een danser… Gokken, Arthur, daar komt het in het leven op aan. Heb jij ooit geweten dat men wedt op dichters?


