C’ EST PAS LA MER À BOIRE
![]()
(beeld: Kris Verdonck)
Als een mens nog niet eens een keer in zijn blote op een podium mag springen. Natuurlijk gebeurde het in Amerika. Denk maar niet dat er veel veranderd is. Nog niet zo lang geleden toonde een of andere trut met gespeelde gêne één tiet tijdens prime-time. Dat is wat je in het beste geval van dat land kan verwachten: één tiet. En daar gingen ze dan allemaal voor op hun achterste pootjes staan. Maar als in elk nieuwsjournaal de afgerukte ledematen als rauwe stukken besmet Brits rundvlees door de huiskamer vliegen, rechtstreekse real-time import, uit Bagdad, of uit enig ander pretpark tegen het behang knallen-alles is nog warm- dan snurken ze rustig verder voor hun zappend loergat met hun kamerbrede reet in de zetel –op afbetaling. Telkens wanen ze zich dan in Luilekkerland. Ze zien ze vliegen. De gebraden hamburgers duiken in formatie recht hun gapende muil in. Ze copuleren als bidsprinkhanen. Bij een eventueel orgasme steekt het vrouwtje het mannetje zijn kop achter haar kiezen. Wat zit er eigenlijk in? Filet americain?
Arthur, zoals Erich Wichmann was je een principieel alcoholist. Ik kan je geen ongelijk geven, Cravan. Wie gaat er nu graag in hemelsnaam in koelen bloede op de planken gaan staan? Een klein aperitiefje alvorens te beginnen aan het beklimmen van de bühne -des kunstenaars bloedeigen Golgotha! Een klein lief katertje -Light™?- schrijft ook stukken makkelijker. Een andere voorloper van de Dadaïsten, Alfred Jarry, zei het ook al: “Alcohol is mijn wijwater!”
By the way, hoe voelt dat “een voorloper te zijn”? Eigenaardig dat men dit soort vragen nooit stelt aan nalopers.
Zaterdag 6 december 2007