Frank Adam: De Caïro Cahiers
![]()
Frank Adam schrijft theater- en operateksten, romans en poëzie. Confidenties aan een ezelsoor verscheen als literaire reeks in de krant, als boek, als theatervoorstelling en als liederencyclus. Voor De Brakke Hond stelde hij in ‘97 een nummer samen met de nieuwe generatie theatermakers en in 2004 een thematisch nummer over oorlogsjournalistiek. Een duivel doet al dus, zelf zegt hij daarover in een recent interview met Het Nieuwsblad: “mijn veelzijdigheid is mijn profiel geworden”.
Tussen talloze projecten door verscheen onlangs De Caïro Cahiers, een “reisverslag” van een kortstondig verblijf in Caïro, een boek dat je uitleest zonder het weg te leggen. Mogelijks geldt dat niet-kunnen-wegleggen een beetje meer voor mezelf dan voor de gemiddelde lezer omdat ik lang geleden nog een half jaar in Caïro heb gewoond, en zelfs, net zoals het hoofdpersonage van dit boek, een maand lang cursus Arabisch heb gevolgd. Herkenbaarheid troef: afgezet worden door de lokale ritselaar die als tussenpersoon optreedt voor de verhuur van verkrottende kamers en appartementen; de kleurrijke troep passanten, expats en gedeukte karakters die rond zo een talentinstituut hangt. Weinig westerlingen hebben de bedoeling echt in te burgeren, en hoe lang ze ook blijven, meestal leven ze in een soort tussengebied naast de maatschappij, wat hen uiteraard niet verhinderd die maatschappij de ganse dag door te becommentariëren en samen te vatten in karikaturale opvattingen. Die bonte stoet randfiguren vind je in een andere tijd en onder andere vormen al terug in de meeste Caïreense reisverslagen vanaf de enthousiaste reisnotities van Flaubert (Reis door de Oriënt). Ook de personages uit De Caïro Cahiers dragen dus allemaal het herkenbare stempel van het leven in dat interculturele tussengebied. We zien Lawrence, de Brit die al jaren in Caïro woont en een volle dagtaak heeft aan het drinken van bier (goede kwaliteit moeilijk te krijgen in dat kloteland, bij voorkeur een voorraadje organiseren) en het minachten van de inefficiënte Egyptenaren. Er is Lucy, de politiek correcte mede-studente uit Canada, altijd op zoek naar “de andere invalshoek”, en we hebben flatgenoot Tinus, de Nederlandse frustré die uit angst voor de vreemde cultuur die hem omringt overal alvast het slechtste van denkt. Hij spreekt Engels met een loeiend Hollands accent en bedenkt een systeem om de koelkast in de flat te organiseren. Amina, de andere flatgenote is naast de verteller zowat het hoofdpersonage van het boek. Haar bezigheden zijn vaag. Naar eigen zeggen is ze journaliste, maar misschien is ze alleen maar het ex-liefje van een regie-assistent en werkt ze als hostess. Ze is recent een broer kwijt geraakt, maar vertelt daarover verschillende versies. Het verlies van haar broer vindt een echo in de biografie van de verteller. Die “verteller” heet trouwens Frank net zoals de schrijver, Frank Adam. Daarmee wordt de indruk versterkt dat het hier om een autobiografisch reisverslag gaat, en - zoals gezegd - de herkenbaarheid ondersteunt die indruk volledig. Maar in de constructie van het verhaal wordt nogal wat romantechnische mechaniek gebruikt zodat de kwestie van fictie of werkelijkheid aan de horizon verdwijnt. Behalve een hilarisch reisverslag is De Caïro Cahiers immers ook een fijn verhaal over verlies.


