Homo scribens
‘Hebben jullie dan het liefst dat we jullie gewoon ‘twee jonge Vlaamse schrijvers’ noemen?’
‘Gewoon, schrijver,’ antwoordt Moustafa Kör aan de journaliste.
‘Gewoon schrijver,’ herhaalt ze.
‘Ik bedoel, meer moet dat niet zijn, toch? Waarom moet je iemand met een hele lijn aankondigen? Vlaamse, Limburgse, Turkse… mens. Zeg gewoon mens,’ besluit Moustafa.
‘Een schrijvende mens,’ stelt de jounraliste voor.
‘Een schrijvende mens. Moustafa.’
(Uit een gesprek op Radio1 waarop de schrijvende mensen Saddie Choua en Moustafa Kör waren uitgenodigd).
De beweging van allochtone schrijvende mensen binnen de literatuur is al een hele tijd aan de gang in Europa.
In Frankrijk werden dit jaar al de belangrijkste literaire prijzen uitgereikt aan niet-franstaligen. De Grand Prix du roman de l’Académie française en de Prix Goncourt gingen allebei naar de Amerikaan Jonathan Littell voor ‘Les Bienveillantes’ - ondanks de anglicismen in zijn boek. De Prix Fémina was voor de Canadese Nancy Huston, ook haar moedertaal is het Engels. Prix Renaudot was voor een auteur die het Frans verrijkt met uitdrukkingen uit het Afrikaanse Frans, de Congolees Alain Mabanckou, en de Goncourt pour Lycéens ging naar Léonora Miano die al 15 jaar in Frankrijk woont, maar afkomstig is uit Kameroen. (De bekende Frans-Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun die in 1987 de Prix Goncourt kreeg, heeft ook net een nieuwe roman uit, de titel van de Nederlandse vertaling is ‘Weggaan’.)
In Vlaanderen gaat het dezelfde richting uit. Er worden verschillende romandebuten van allochtone schrijvende mensen aangekondigd voor 2007, en onlangs verscheen bij uitgeverij Meulenhoff het boek ‘Kif Kif, nieuwe stemmen uit Vlaanderen’, een bundeling van kortverhalen en gedichten van Vlaamse allochtone schrijvende mensen. Er staan onder meer verhalen in van Moustafa Kör en Saddie Choua, en ook de leuke monoloog van Jamal Boukhriss ‘Alleen tegen de wereld/Seul contre tous’ die dit jaar in première ging, kan erin gevonden worden.
Maar waarom hebben deze boeken de laatste tijd zoveel impact? Is het enkel omdat de auteurs allochtonen zijn, of is er nog iets anders aan de hand?
Allochtone schrijvende mensen bespelen de taal niet zoals de autochtone schrijvende mensen. Hun soms eigenaardige formuleringen en zinswendingen, hun onorthodox gebruik van gekende woorden, het bedenken van nieuwe woorden, doen ons met een nieuwe blik kijken naar wat we meenden te kennen. Allochtone schrijvende mensen wijzen naar actuele gebeurtenissen vanuit een andere wereld, vanuit twee werelden, of vanuit het ontbreken van een vaste stek in de wereld, en zo ontstaan soms heel verrassende, originele formuleringen en bedenkingen.
Misschien gaat het niet zozeer om allochtoon of autochtoon, maar om de schrijvende mens die iets te zeggen heeft? Misschien heeft de levende lezende mens interesse voor deze boeken omdat hij wil proeven van een onverwacht wijzen naar de dingen des levens, een wijzen dat een andere kleur geeft aan zijn besef te bestaan.


