2007: het reveil van de literaire tijdschriften
Julien Weverbergh, samen met Harold Polis gedubbelinterviewd door Karl van den Broeck:
Literaire tijdschriften zijn totaal voorbijgestreefd. Het zijn volslagen overtollige uitgaven geworden. Een schrijver die nu iets interessants te melden heeft, doet dat via internet of via de media.
Hoe zit het eigenlijk met het papieren periodiek, schielijk overleden terwijl we allen vrolijk zaten te internetten? Of misschien valt het allemaal nog wel mee. Liet Boekblad vorige week niet weten dat uitgeverij New in chess met een literair (nu ja semi- literair) tijdschrift van start zou gaan, Matten geheten, speciaal gericht op de schakende medemens? En de Poëziekrant, zou maandelijks gaan verschijnen, in plaats van tweemaandelijks? Ga weg, Weverbergh!
En als dat nog niet genoeg bewijs is kan je in januari 2007 altijd nog kennis nemen van de de lezersenquête van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Zij hebben, zoals het woord “lezersenquête” al aangeeft, de die hards van het papier bevraagd over zin en onzin van het papieren periodiek. Vermoedelijk zal uit de resultaten blijken dat literatuur op internet spoedig zal worden verdrongen door een vloedgolf aan nieuwe papieren initatieven, de vlucht van het literaire discours richting internet zal in de nabije toekomst een stevig halt worden toegeroepen, de voorstschrijdende digitalisering ontmaskerd als een frauduleuze farce. Het papieren literaire tijdschrift totaal voorbijgestreefd? Phoe!



December 20th, 2006 at 5:38 am
Waar vind ik dat dubbelinterview, Dirk?
December 20th, 2006 at 6:41 am
In het Boek ‘06 special van Knack. Het interview ging overigens niet over literaire tijdschriften, maar als ik het me goed herinner kwam de kwestie aan bod toen de tijdschriftenmakerscarrière van zowel Julien Weverbergh (Bok) als Harol Polis (Sampel / Verschillig en nog wat advies bij Yang) aan bod kwam. Je weet wel: been there, done that, wie is daar nú in godsnaam nog mee bezig.
January 18th, 2007 at 4:30 pm
Beste Dirk van Eylen,
Ik heb inderdaad lang genoeg tijdschriften gemaakt om te weten dat de manier waarop ik het deed niet meer volstaat. Ik vraag me geenszins laatdunkend af wie ‘daar’ nu nog mee bezig is.
In het citaat bovenaan deze pagina maakt Weverbergh de vergelijking met de periode waarin hij Bok uitgaf. Literatuur en literatuurkritiek hadden op dat moment een andere status en werden toch ook ervaren als een moreel gevecht met de achterlijke burgerlijke beschaving. De opvattingen van Weverbergh indachtig is zijn bewering dus zeer correct.
Met vriendelijke groet
Harold Polis
January 19th, 2007 at 1:30 pm
Harold, dank voor de toelichting. Waarom denk je dat de manier waarop jij bladen maakte (en die blijkbaar niet meer volstaat) zoveel verschilt van de manier waarop het tegenwoordig gebeurt?
Overigens goede herinneringen aan Verschillig (ex-Sampel): http://www.dma.be/p/verschillig/
January 23rd, 2007 at 12:46 pm
Julien weverbergh is een lieve en verstandige mens .
Als uitgever was hij zo goed omdat hij meestal jaren van te voren aan voelde wat er belangrijk ging worden ,welke trends,welke schrijvers …
Met een soort’ onaardse’ intuitie (!) voelde hij dingen aan,dus ik neem zijn uitspraken wel ernstig .
Mep en Bokboek voerden een gevecht tegen de “bourgeois”, ok,maar iedereen deed dat eind jaren 60 …dat was de bestaansreden niet van literaire tijdschriften.
Alle drukwerk gold toen als belangrijk-ook bv het reklamedrukwerk ,de vakliteratuur ,het “informatieve”(of vervalst- informatieve) drukwerk ,de informatie voor artsen bv ,ALLE drukwerk nam toen een hoge vlucht.
En nu wordt het gewoon onhoudbaar ;elke vereniging,bank,mutualiteit,verzekeringsmakelaar,apotheek,
winkelketen,telefoonprovider ,jeugdclub drukt zijn eigenblaadje.
De boekjes van Jehova’ s Getuigen worden door hun Dunheid
als een Verademing ervaren (ik krijg die gratis in mijn bus,het parochieblad en de missie-krant die ik niet krijg zijn ook nog bescheiden gedrukt..)
Het feit dat ons belangrijkste” Tijdschrift met Neus” trouwens zichzelf als een van de eersten ook ‘linkte’ aan de internetvorm ervan is niet tovallig .
De twee versies zullen wel blijven ;maar eerlijk ,wie in godsnaam heeft Tijd om alle “interessante” gedrukte teksten in kranten plus bijlagen plus tijdschtiften plus vakliteratuur (voor de dichter de literaire tss. dus) écht te lezen ??
Als je het probeert word je of neurotisch omdat het niet lukt of overspannen als het wel lukt (van de hoeveelheid rommel die je hersenen opslaan en weer moeten deleten)
Ook word je stijf in je spieren en gewrichten omdat je bv nooit meer in de tuin werkt in je vrije tijd -en als je ecologisch boodschappen wil doen moet daar óók weer alles over lezen…
Ik zou tax heffen op de hoeveelheid bladzijden die zinloos gedrukt worden(wegen van al dat papier is al een leidraad) en daartegenover bonussen geven aan de dichters die met minder woorden méér zeggen .