Des Breukers vettigen bloemengaarde

Cardizem For Sale Augmentin No Prescription Buy Plan B No Prescription Buy Online Imitrex Buy Lisinopril Online Lotensin For Sale Hgh No Prescription Buy Phentrimine No Prescription Buy Online Acticin Buy Lopressor Online Ayurslim For Sale Naprosyn No Prescription Buy Azulfidine No Prescription Buy Online Diarex Buy Prograf Online Sumycin For Sale Avodart No Prescription Buy Actos No Prescription Buy Online Glucotrol Buy Xeloda Online Lopid For Sale Lisinopril No Prescription Buy Parlodel No Prescription Buy Online V-gel Buy Prevacid Online

breuk1.jpg
De feesten in Utrecht en Amsterdam rond de “vette Breukers” zijn voorbij (mogelijks voorlopig) en eenieder die het van nabij mocht meemaken was verheugd, tenminste, als je het relaas van Olaf Risee buiten beschouwing laat. 
In Amsterdam was Hans Vandevoorde erbij om een woordje tot het talrijk aanwezige publiek te richten:

    Beste mensen,

Voor mijn zeven en een halve minuut durende avondkout over 25 jaar Nederlandstalige poëzie, 1980-2005, in 666 en een stuk of wat gedichten had ik me het volgende voorgenomen:

- Ik had besloten om te beginnen met gedichten voorlezen die niet in de bloemlezing staan: zo zou ik gedichten reciteren van Anne van Amstel, Saskia de Jong, Marc Tritsmans, Els Moors, etc. Dat doe ik toch maar niet omdat ik daarmee niets gezegd heb over de vele onbekende dichters die er wél in staan en die je – zelfs als professioneel in de letteren – in deze anthologie kunt ontdekken. Ik noem alleen maar Marijn Backer of C.L. van Minnen. Ik ben Chrétien B. dankbaar voor dit scoutwerk, parelvissen of hoe je dit ontstoffen en opdelven ook wilt noemen.

- Ik had me voorgenomen om vervolgens te verifiëren of alle dichters wel degelijk na 1980 gedebuteerd zijn. We hadden ons dan kunnen afvragen of Marieke Jonkman alias Anton Ent ook tot deze categorie behoort en of Maja Panajotova niet voor die datum in Bulgarije als dichteres werd geboren. Maar iedereen heeft al begrepen dat de keuze voor een andere identiteit of taal ook een andere dichter oplevert en dat Chrétien B. dus terecht deze dichters na 1980 situeert.

- Ik wilde ook nog tellen hoeveel dichters er zijn, hoe oud ze gemiddeld zijn, op welke gemiddelde leeftijd ze gedebuteerd zijn, hoeveel mannen en vrouwen er opgenomen werden. Op het getal dichters kom ik later terug; maar van een onderzoek van de leeftijden heb ik afgezien omdat Chrétien B. die vergeten vermelden is.

- Ik had ook nog graag geturfd hoeveel dichters uit de jaren tachtig, uit de jaren negentig of van de laatste vijf jaar er opgenomen werden. Maar ook daar zag ik van, want ik kon zo al met de natte vinger voorspellen dat het gewicht van de keuze toch op de laatste vijf à tien jaar ligt. Chrétien B. is immers een man van zijn tijd en niet stokoud als Kees Fens of Gerrit Komrij.

- Ik had ook het plan om te jeremiëren over de hoeveelheid gedichten die er van elk dichter opgenomen zijn, of te onthullen bij welke uitgevers de meest interessante jonge dichters verschijnen. Maar nee, ik laat dit over aan de gedegen poëziecritici, ik bedoel statistici, van de Nederlandse en Vlaamse bladen. Zij zullen hun grafieken opstellen en afwegen wie er maximum zes of slechts één gedicht gekregen heeft.

- Ik had me vandaag ook bezig kunnen houden met de vraag of door Chrétien B. binnen het oeuvre van één dichter wel de beste of meest representatieve gedichten werden gekozen – en wat de criteria daar voor waren. We dreigen echter al vlug te verzanden in subjectieve praatjes.

- Bovenal had ik de bedoeling om naar de intenties van Chrétien B. te peilen om deze bloemlezing samen te stellen. Daarvoor had ik natuurlijk het voorwoord goed moeten lezen en Chrétien B. vastpinnen op zijn definities van poëzie, kijken naar de critici die hij vernoemt (Thomas Vaessens en Herman de Coninck bien etonnés) en de dichters die hij naar voren schuift, kortom: ik zou zijn poëtica hebben moeten reconstrueren. Ik had dan ook het weblogdagboek moeten screenen dat hij heeft bijgehouden, en ik had de interviews moeten lezen die hij her en der al overijverig – om mijn werk hier extra moeilijk te maken - over zijn bloemlezing heeft gegeven. Maar ik ben er eerder voorstander van om die poëtica uit de keuze van de gedichten te halen. Dan verzeker ik: dat is knap lastig. Chrétien B. wil breed zijn en hij is dat ook. Dat betekent bijvoorbeeld dat hij dichters opneemt die hij elders bestreden heeft. Toch kun je zeker niet zeggen dat hij alleen maar op reputaties afgaat. Sommige dichters met een reputatie heeft hij weinig en anderen zonder reputatie veel ruimte. Ik herhaal het: Chrétien B. is een ruimdenkend mens.

Deze avond had ik ook ludieker te werk kunnen gaan: ik had kunnen zoeken naar de dichter met de meest poëtische naam (is dat niet Catharina Blaauwendraad?), met de het meest inslaande vers, met het gaafste beeld, het dwingendste ritme, de aardigste alliteratie, de puntigste pointe. Of ik had mijn persoonlijke voorkeuren kunnen bespreken. Dat zijn er niet veel, want zoals de samensteller zelf ergens zegt, er wordt heel wat vlakke poëzie geschreven en ik heb heel wat biljartgladde poëzie in de bloemlezing gelezen: de dode Gertrude Starink is een van de uitzonderingen.

Maar niets van wat ik mij voornam heb ik gedaan. Ik wenste immers de samensteller ter wille te zijn. Ik weet niet in welke hoedanigheid ik hier ingehuurd ben: die van Vlaam of van literatuurwetenschapper. Maar ik speel graag de rol van deze laatste als dat moet, want ik ben wel eens gek op de “filosofisch gerichte moppentrommel” van de literatuurwetenschapper, een van die typische Breukers-boutades waar hij zich graag vrienden mee maakt. Een literatuurwetenschapper is – om zelf ook maar een boutade te lanceren - een soort punchbal voor de niet-academicus, want hij slaat toch niet terug. Men heeft hem alleen nodig als consecratiemedium. Alleen al doordat ik hier als academicus het woord voer, legitimeer ik deze bloemlezing. Laat ik me gebruiken? Graag. Voel ik me misbruikt? Welnee. Chrétien B. heeft immers uitstekend werk verricht.

Meer hoef ik over mijn positie als literatuurwetenschapper niet te zeggen. Het enige wat ik dus nog kan doen is: de positie van de Vlaming beschrijven in des Breukers vettigen bloemengaarde. Zegt hij immers niet zelf in zijn woord vooraf dat hij speciale aandacht heeft besteed aan de Vlaamse en Friese minoriteiten? Wie zijn die Vlamingen in dit aankomende standaardwerk? Zijn er genoeg? Hoeveel gedichten gemiddeld krijgen ze en is dat meer dan het gemiddelde van de Nederlandse dichters? Is er een verschil in dichten tussen de Vlaam en De Fries of de Hollander? Dat zijn allemaal mogelijke vragen en ik heb inderdaad nagegaan hoeveel dichters er opgenomen werden en hoeveel Vlamingen er in staan en hoeveel gedichten ze vertegenwoordigen. Maar ik moet u teleurstellen. Mijn 7 en een halve minuut zijn om. Het antwoord wil ik u straks graag onder vier ogen geven. Ik wil alleen kwijt dat onder de laatste 24 dichters geen enkele Vlaming zit. Maar dat kan toeval zijn.

En nu een punch om op dit copieuze boek feestelijk te klinken!

Hans Vandevoorde
19/10/2006

 

5 Reacties to “Des Breukers vettigen bloemengaarde”

  1. Risee zegt:

    “…en eenieder die het van nabij mocht meemaken was verheugd…”

    Zijn daar statistieken van?

  2. Dirk van Eylen zegt:

    Ja, natuurlijk. Ik was die man die bij de deur van de Cotton Club de exit-poll deed zonder zelf een voet binnen te zetten. Statistieken, dat is niet iets waar je licht moet overheen gaan, vind ik.

  3. Risee zegt:

    En mij is natuurlijk weer niets gevraagd, terwijl ik toch diverse malen opzichtig in en uit gelopen ben — zul je altijd zien.

  4. Dirk van Eylen zegt:

    Jammer, maar het is niet anders. Ik vond je stukje trouwens wel grappig, maar eigenlijk zou ik nu wel eens zou willen weten of het een goeie bloemlezing is of niet, daar heb ik nog helemaal niks over gehoord. Maar als ik de laatste zin van je stukje goed begrijp kunnen we van jou daarover binnenkort een post verwachten?

  5. Risee zegt:

    Ik heb ook van niemand een echt oordeel gehoord over die bloemlezing, dat is wat ik de sprekers tijdens de presentatie een beetje verwijt. Ik denk dat ik zelf inderdaad t.z.t. wel wat woordjes ga besteden aan die bloemlezing — for what it’s worth.

Reageer