Tip top (3)
Stefan Brijs (1969) debuteerde in 1997 bij uitgeverij Atlas met De verwording, een magisch-realistische roman die opviel door zijn barokke taal. Zijn tweede werk, Kruistochten, verscheen in 1998. Het gaat om essays die in De Standaard een vervolg kregen. Op basis daarvan publiceerde hij in 2003 De vergeethoek, een serie literaire portretten van vergeten Vlaamse schrijvers. In 2000 verscheen eerst nog Arend, een aangrijpende roman over een misvormde jongen, die op zoek is naar zichzelf, naar begrip en naar liefde en ervan droomt om ooit te kunnen vliegen. Het boek kreeg zowel in Vlaanderen als in Nederland veel lof toegezwaaid. In de zomer van 2001 was er vervolgens de publicatie van Villa Keetje Tippel, een publicatie die nogal wat stof deed opwaaien. In deze monografie wordt de geschiedenis verteld van de schrijfster Neel Doff en haar (intussen gesloopte) villa in Genk, die zij van 1908 tot 1939 elke zomer betrok en die haar inspireerde tot verscheidene werken. Tegelijk verwerkte Stefan Brijs in dit boek ook de geschiedenis van zijn eigen geboorte- en woonplaats Genk, een schilderachtig boerendorpje in de Kempen dat in honderd jaar tijd uitgroeide tot het industriële kunsthart van Belgisch-Limburg. Ook nog in 2001 verscheen Twee levens, een novelle die net als Arend in Vlaanderen en Nederland erg positief werd ontvangen. In oktober 2005 verscheen zijn nieuwe roman: De engelenmaker, waarvan de vertaalrechten inmiddels aan verschillende buitenlandse uitgeverijen zijn verkocht. Het boek zal ook verfilmd worden en werd alvast bekroond met de Gouden Uil Prijs van de Lezer 2006, en genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Op 18 oktober 2006 publiceert Brijs Korrels in Gods grote zandbak, een essaybundel over de schrijvers van Turnhout.
Op de AKO tiplijst: De Engelenmaker
De engelenmaker is een roman vol geruchten en rumoer, gefluister en geroddel. Een verhaal over geloof en wetenschap, werkelijkheid en verbeelding, macht en onmacht, zin en onzin. Een roman waarin iedereen naar de waarheid op zoek is en uiteindelijk alleen zijn eigen waarheid vindt en gelooft. In De Tijd schreef Pieter Verstraeten: ‘Van bij de eerste bladzijden alludeert Brijs op de traditie van de realistische dorpsvertelling en op de thema’s die onvervreemdbaar met dat genre zijn verbonden: roddel en bijgeloof, godsdienstwaanzin, angst voor het vreemde, erfelijke belasting, maar ook geborgenheid en verbondenheid. Achter de schermen van die realistisch verteltrant wordt echter op uiterst scherpe wijze het menselijke brein ontleed en wordt aangetoond hoe geloof en rationalisme kunnen samensmelten tot de meest waanzinnige en irreële wangestalten. (…) De engelenmaker is een complex boek waarin niets is zoals het lijkt. (…) Brijs heeft met dit boek zijn plaats onder de beloftevolle jonge Vlaamse romanciers definitief verdiend.’
Het boek is inmiddels al aan zijn 12de druk toe.
Hierbij een schets van de inhoud, zoals die op de achterflap van het boek voorkomt:
Op 13 oktober 1984 keert na een afwezigheid van bijna twintig jaar Doktor Victor Hoppe terug naar zijn geboortedorp Wolfheim, vlak bij het drielandenpunt in de buurt van Vaals en Aken. De bekrompen dorpelingen reageren argwanend op zijn komst, zeker als blijkt dat hij drie kinderen van een paar weken oud bij zich heeft: een identieke drieling met een schrikwekkende afwijking. Na enkele bijzondere genezingen wordt de dokter toch aanvaard in het dorp en gestaag groeit zijn populariteit. Zijn kinderen zijn echter zelden te zien en dat voedt de geruchten. Langzaam groeit het besef dat ze alle drie ernstig ziek zijn. Maar er blijkt meer aan de hand, niet alleen met de kinderen, ook met de dokter zelf die, gegijzeld door zijn verleden, een beslissing neemt die hem onsterfelijkheid moet bezorgen.
Op de website van Stefan Brijs kunt u naast meer reacties uit de pers, en interviews met de auteur ook het eerste hoofdstuk lezen.
In het huidige nummer van DWB staat een uitgebreide bespreking door Sven Vitse.
(hv)