Tatoeage: publiceren op internet
![]()
Ik werd een tijdje geleden geïnterviewd voor Meander door Rob de Vos. Op een bepaald moment ging het over publiceren op internet en hoe dat verschilde van publiceren op papier. Ik zei - nogal voor de hand liggend - dat een van de voordelen van publiceren op internet is dat een tekst een langer publiek leven tegemoet ziet dan op papier. Rob onderschreef, maar zei ietwat knorrig dat hij - net als ik overigens - wel eens mailtjes krijgt van lieden die na jaren vaststellen dat het eerste wat gegoogeld wordt op hun naam een publicatie is waar ze nu niet meer achter staan; een jeugdzonde zeg maar, en of het mogelijk is deze tekst te laten verdwijnen? Ik heb nog nooit een probleem gemaakt van een dergelijk verzoek, maar de macht van de webmaster is beperkt. Mijn repliek op Rob’s geknor was dat dat soort van verzoeken nu net aantoonde dat er een groot - en in mijn ogen positief - verschil was tussen papier en internet, maar die repliek heeft de eindversie van het interview niet gehaald. Niemand die ooit een literaire jeugdzonde heeft begaan zal zich geroepen voelen om de redactie van een papieren literair tijdschrift aan te schrijven om de publicatie ongedaan te maken. Een papieren publicatie maakt zichzelf immers in ijltempo ongedaan. Het publiek is niet alleen fysiek miniem in vergelijking met een publicatie op internet, het publiek is ook zeer beperkt in de tijd. Na hooguit enkele maanden is een literair tijdschrift alleen nog in bibliotheken te vinden. Op internet voegt een publicatie zich bij je publieke dossier dat wordt geconsulteerd bij elk nieuw contact dat je legt. Dat is blijkens de feedback die ik wel eens krijg erg leuk als het goed gaat met de schrijverscarrière, maar niet iedereen die in een tijdschrift publiceert gaat ermee door en soms schamen auteurs-ooit-in-spe zich later voor wat ze hebben prijsgegeven. Ze zien hun voortijdig afgebroken literaire carrière liever niet als gespreksonderwerp bij sollicitaties. Ze zitten in een echtscheidingszaak en zijn bang dat de ex (of de advocaat van de ex) gebruik zal maken van publicaties. Ze zijn bang dat hun nieuwe vriendinnetje niet zal nalaten het net af te grazen en zich misschien zal afvragen wie Anja is die in de opdracht van dat iets te expliciete gedicht wordt genoemd. De zoekende partij zal zich een beeld over je vormen op basis van de informatie die gevonden wordt, leuk of niet. Je ambities blijven zichtbaar, lang nadat het heilige vuur is gedoofd en het huis, de koters, de auto en etc. de droom van eeuwige roem zijn komen vervangen. Kortom, publiceren op internet lijkt soms meer op het laten aanbrengen van een tatoeage dan op het publiceren op papier. Uit occasionele verwijder-verzoekjes blijkt vooral dat nog niet iedereen dat verschil al goed in zich heeft opgenomen: internet is dan wel een schitterende plek om te publiceren, maar het is ook de allerslechtste plaats om iets te zeggen waar je spijt van kan krijgen. Op fora, op blogs, in discussiegroepen, op websites, het blijft allemaal bestaan. Zelfs al probeer je het te wissen, dan zijn er nog de grote archieven zoals de gevreesde Google-cache of de Way Back machine van Brewster Kahle. Het gebruik van schuilnamen en anonimiteit op internet is dan ook niet goed te vergelijken met het gebruik van een pseudoniem bij het publiceren op papier. De onderliggende bedoeling is dezelfde, maar het gewicht niet. Ook het idee zelf van een tijdschrift wordt door de eeuwige beschikbaarheid van gegevens op internet fundamenteel veranderd. In de electronische eeuwigheid van het net kan je je nog wel optutten als tijdschrift, maar eigenlijk ben je een database geworden waar periodiek records aan worden toegevoegd. Van sommige auteurs verzamel je in de loop der jaren online een kleine verhalenbundel bij mekaar, terwijl je daar in een papieren omgeving nooit bij stilstaat. Niemand verzamelt wat in aparte bundeltjes papier op verschillende tijdstippen van een en dezelfde auteur aan de wereld werd prijsgegeven. De moeite is prohibitief. Het denken over de gevolgen van die voortdurende beschikbaarheid is nog lang niet ten einde, maar het is duidelijk dat de gevolgen niet beperkt zijn tot informatietechniek alleen.