Vandaag ga ik wat vroeger slapen
Er is al een tijdje gekrakeel rond de toekenning van de beurzen door het Nederlands Fonds voor de Letteren, wat dan weer via literairnederland.nl en een stuk van Arjan Peters in de Volkskrant aanleiding is tot een rondje mopperen over het Vlaams Fonds voor de Letteren op de Contrabas: Als iedereen (kruimels) krijgt van de Fondsen klinkt het verwijt dat er geen beleid wordt gevoerd en als niet iedereen wat krijgt dan wordt er misschien wel een beleid gevoerd, maar is er gemopper en gekrakeel bij diegenen die niets hebben gehad.
Ik vind het altijd leuk om lezen, maar op het eind ook een beetje deprimerend. Iedereen heeft de indruk dat het beter kan, maar het is onwaarschijnlijk dat die betere oplossing minder gemopper teweeg zou brengen. En dan bekruipt je het gevoel dat je over tien jaar, net zoals tien jaar geleden, hetzelfde gemopper zal horen opstijgen (gesteld dat de maatschappij het subsidiëren van literatuur nog belangrijk genoeg vindt om er daadwerkelijk een beetje gelds in te stoppen). En dan gooit Olaf Risee er nog een post over subjectiviteit achteraan.



September 1st, 2006 at 3:09 pm
Ik zou zeggen: meer geld voor de letteren. Nu is het meer een kwestie van kruimels strooien. En schrijvers zijn geen vogels die daar van kunnen leven.
September 1st, 2006 at 3:44 pm
Ik zit al een tijdje te zoeken naar een quote van Hugo Claus die ik ooit in een interview heb weten zeggen dat voor zijn part een schrijver minimaal betaald hoort te worden als een fabrieksdirecteur met villa & zwembad enzo. En zo is het, de prioriteiten liggen niet altijd juist in onze wereld.
September 2nd, 2006 at 6:00 am
Wat ik blijf betreuren is dat de Vlaamse dichters binnen dit debat naar het kleinburgerlijke neigen. Of op z’n minst in een val trappen. Ik heb het over hun houding van ‘waarom die wel en ik niet?’. Het lijkt me geraadzamer het beleid van het VFL zelf te bevragen. Op mekaar vitten is toegeven aan een soort verdeel-en-heers principe. Ik kan me best voorstellen dat het VFL wat zit te grinniken bij dit debatje: ze zullen er wel gerust in zijn.
Op welke basis beoordeelt het VFL een aanvraag? Op basis van een goedgeschreven dossier (en dus op basis van ambtenarij)? Op basis van een poëtica? Op basis van een reputatie? Op basis van antipathieën? Filosofische contingentie?
Ach, ja, het is een dooddoener: keuzes zijn subjectief. Maar wie neemt de eindbeslissing? Wie vindt men in de adviescommissies terug? Worden die regelmatig herschikt? Dat zal wel ergens te lezen staan, vermoed ik. Fundamenteler vind ik de vraag – die het VFL overstijgt: welke maatschappelijke plaats wil de gemeenschap de literatuur gunnen? En op welke manier? Bijvoorbeeld: promoten of stimuleren, negeren of denigreren? Misschien moeten dichters zich eens die vragen stellen dan elkaar de das om te doen.
Ik heb de indruk dat sommige dichters de voorgeschiedenissen vergeten zijn. Het is een goede zaak dat het VFL bestaat. Op die manier, komt het me voor, kon het letterenbeleid in tien jaar tijd gedepolitiseerd worden. Daar zijn we nu van af en dat noem ik een vooruitgang. Wat nu dreigt is iets anders: dat de komende tien jaar de prioriteiten zich steeds meer (of ‘nog meer’) naar mediatisering en commercialisering zullen verschuiven. Tendensen waarbinnen de poëzie – in al haar diversiteit - compleet weerloos is. Het is mijn hoop dat de nieuwe Vlaamse auteursvereniging wat tegenwind kan laten horen. Daar hebben alle dichters belang bij. En nog het meest hun poëzie.
Voor alle duidelijkheid: ik heb geen reden of aanleiding tot mopperen. Zelf vroeg ik namelijk nog nooit een ondersteuning aan.
September 6th, 2006 at 4:07 pm
Beste Dirk, over de quote van Claus waarna je al een tijdje zit te zoeken. Volgens mij een voorbeeld van hoe een citaat een eigen leven gaat leiden. Ooit heeft Claus een prijs geweigerd met de melding dat hij alleen nog prijzen wilde aanvaarden die minimaal het maandloon van een ongeschoold arbeider bedroegen. Ik citeer uit het hoofd, maar zoiets, in ongeveer die bewoordingen. Die uitspraak zal sindsdien wel af en toe in interviews herhaald en gevarieerd zijn, maar de variant van een fabrieksdirecteur met zwembad is me niet bekend.
Het zou me overigens zwaar verbazen als jij die uitspraak van Claus mocht gehoord hebben. Volgens mij deed Claus die al ergens in de jaren zestig, en toen was jij op zijn best nog een dreumes.
Indien gewenst kan ik het juiste citaat, tijdstip en de mogelijke varianten wel opzoeken in het Clausarchief, maar dat kost me wellicht enkele uurtjes, en dat is wel wat veel voor een blog-opmerking, niet?